De Lairessestraat 145 Amsterdam
020 5776577

Bericht uit Amsterdam - 24 mei 2011

 
Door: Ella Oesterman (JMW)

Vandaag sluiten wij het proces af.
Dat doen we met een wat officieel programma en een gezellige falafel-maaltijd.

Tussen de laatste procesdag en vandaag hebben we het allemaal zwaar gehad. De schok van het vonnis, de onderbouwing daarvan met alle gruwelijke details en de onverwachte vrijlating kwamen hard aan, bovenop alle spanning en nervositeit van die laatste dagen. Eenmaal thuis golfde de emotie en het verdriet over ons heen. Sommigen van ons werden ziek, anderen vóelden zich ziek. Het was een emotionele ontlading, die je letterlijk in je lijf voelt.
Nu dan weer allemaal bijeen in de zaal bij JMW, voelt dat toch nog steeds een beetje bibberig. Bijna iedereen is er en we zijn blij elkaar weer te zien.

Eén van de Nebenkläger overhandigt de weduwe van Rob Wurms namens hen allen het certificaat van de 18 bomen die in Israël in zijn naam zijn geplant. Hij vertelt hoe de band, die tussen Rob en hem in zo’n korte tijd uitgroeide tot het gevoel broers te zijn, terwijl zij elkaar voordien nog nooit hadden ontmoet.
Hans Vuijsje, directeur van JMW, spreekt de groep toe en complimenteert de Nebenkläger met lovende woorden voor de ontzettende zware taak, die zij op zich namen en de wijze waarop zij die hebben vorm gegeven. Hij dankt hen voor de getuigenissen, die zij aflegden namens hun eigen familieleden, maar ook namens álle omgekomen Nederlandse joden. Daarmee hebben zij ook voor hem persoonlijk de nagedachtenis aan zijn eigen in Sobibor vermoorde familieleden geëerd. Hij betuigt zijn diepe respect.

Jetje Manheim, voorzitter van Stichting Sobibor, brengt ons in herinnering, hoe en waarom het eigenlijk ooit begon. Hoe de Stichting de taak op zich nam om Nebenkläger te zoeken, die wilden getuigen, en hoe zij een samenwerking aanging met JMW voor de psychosociale begeleiding. Het was een uniek proces, kun je zeggen, waarin we steeds nieuwe stappen hebben gezet, en dat wij nu met veel voldoening kunnen afronden.

Rozette Kats, die namens St. Sobibor, ook deel uitmaakte van het organisatieteam - zelf oorlogspleegkind – maakte geen deel uit van de groep Nebenkläger en had een begeleidende rol. Gezien haar eigen geschiedenis, die identiek en net zo schokkend is als die van de Nebenkläger, had zij een bijzondere positie tijdens het proces. Zij vertelt ons hoe zij een aantal bijzondere momenten tijdens het proces beleefde. Dichtbij de anderen en tegelijkertijd aan de zijlijn. Dat deed soms veel pijn, maar de tijd veranderde daar ook wat in en tijdens het vonnis voelde zij zich één met de Nebenkläger.

Tijd voor de partners, die een ongelooflijke steun waren, en zo lang in de schaduw bleven in dit proces. Zij verdienen nu alle aandacht. We concluderen dat zij onmisbaar waren, terwijl elke partner op zijn of haar manier met zijn/haar eigen (oorlogs) geschiedenis het geenszins gemakkelijk heeft gehad. Nu het gewone leven weer opgepakt gaat worden, moet de relatie samen weer in een goede balans komen. Daarbij kun je een hulpmiddel wel gebruiken! Mirjam Huffener van St. Sobibor presenteert op ludieke manier het Relatie Kwartetspel, dat iedereen vervolgens cadeau krijgt.

Tenslotte neem ik zelf iedereen mee in een terugblik op het emotionele proces, dat ieder voor zich en wij met elkaar zijn doorgegaan in deze procesperiode van twee jaar.
Vanaf het moment waarop je voor jezelf het besluit moest gaan nemen of je wel of niet een rol als Nebenkläger op je wilde nemen en dan vervolgens schoorvoetend een eerste algemene informatie bijeenkomst gaat bezoeken. De ontdekking dat je – hoewel je elkaar nog niet kende – als lotgenoten elkaar zo intens goed begrijpt. Hoe we met elkaar een gemeenschappelijk missie ontwikkelden en hoe ons dat sterkte om zo’n prominente rol te spelen in het proces. Nu, nadat alles achter ons ligt, weet je van elkaar hoe de eenzaamheid en het verdriet soms toch toe kan slaan als je weer op jezelf geworpen wordt. Dat je dat weet van elkaar, maakt het toch een beetje anders voortaan.

De falafel en de heerlijke taarten verleiden ons tot meer eten dan we eigenlijk van plan waren. We sluiten het proces nu af, maar nemen geen afscheid omdat we elkaar toch graag weer willen ontmoeten. JMW gaat dat organiseren!
AfdrukkenAfdrukken  

Bericht uit München - 12 mei 2011

 
Door Ella Oesterman (JMW)

Demjanjuk is schuldig ! En hij krijgt 5 jaar gevangenisstraf !
Dit waren ongeveer de eerste woorden die rechter Alt vandaag om 12.30 uur uitsprak, toen hij het vonnis begon voor te lezen. Om deze woorden met argumenten te onderbouwen had hij vervolgens een kleine 2 ½ uur nodig.

Wat was het spannend vanmorgen.
Om 10.00 uur werd de zitting hervat en werd een uur lang de stapel van nog bijna 30 bezwaarschriften doorgenomen en afgewezen. Daarna werd aan alle bij het proces betrokken personen, ook aan de Nebenkläger, gevraagd of zij tot slot nog iets wilden toevoegen. Alle advocaten en de officier van justitie bleven bij hun verklaringen, eis en pleidooi. Toen Dr. Busch, advocaat van Demjanjuk, werd gevraagd of hij nog wat wilde zeggen, zei hij droog, dat hij niet verwachtte, dat er iemand was, die wilde, dat hij zijn pleidooi nogmaals zou voorlezen (duur 4 ½ dag). Een bevrijdende lach klonk in de zaal, en een zucht van opluchting. Dit kleine moment van verbinding tussen alle partijen in de zaal gaf een heel plezierig gevoel.
Het laatste woord was aan Demjanjuk. Of hij nog iets wilde zeggen !
Antwoord was kort. Nein. Zitting verdaagd tot 12.30 uur.
Buiten bestormde de pers ons. Toch belandde iedereen tenslotte op een terras in de zon met koffie en een gebakje.

Terug in de rechtszaal werd Demjanjuk in zijn rolstoel aan de beklaagdenbank gezet, waarop rechter Alt direct het vonnis uitsprak. Vervolgens werd Demjanjuk weer op zijn bed gelegd en nam Alt opnieuw het woord. Hij beschreef het leven van Demjanjuk en natuurlijk vooral de periode 1940-1945, zoals die uit de berg documenten is vastgesteld.
De zaal huiverde toen hij beschreef hoe de joden uit Westerbork aankwamen op het perron in Sobibor. Hoe zij uit de trein geranseld of gesleurd werden, hoe het proces van aankomst tot in de gaskamer zich in hooguit enkele uren zich voltrok. Hij beschreef elk gruwelijk detail van het systematische moordproces, om vervolgens vast te stellen dat elke Trawniki in de dienst van de SS(ook Demjanjuk) ingezet werd bij al die verschillende onderdelen van dit moordproces. In wisseldiensten werkten zij. Met de opdracht om tegenstand direct te beantwoorden met de kogel.
De snelheid van de ‘afwikkeling’ van de binnengekomen transporten, gaf aan hun goed de Trawniki hun dienstopdracht uitvoerden.
Alt noemde – net als in het begin van het proces – elke trein afzonderlijk, die uit Westerbork was vertrokken met datum van vertrek en aankomst. Noemde hoeveel joden in die trein zaten. Per trein voegde hij daaraan toe welke ouders, broer of zuster van welke van de Nebenkläger in die trein hadden gezeten. Het greep ons bij de keel.
Er werd ontzettend gehuild – heel stil eigenlijk. Niet alleen door de Nebenkläger, ook de pers hield het niet droog.

En dan opeens het laatste verrassende besluit.
De in hechtenisneming wordt opgeheven voor de duur van het hoger beroep. Demjanjuk mag direct de rechtszaal verlaten, met achterlating van zijn rolstoel, want die is van justitie.
Hij heeft van de 5 jaar, die hij kreeg, als ruim twee jaar in voorarrest gezeten. Hij mag het hoger beroep in vrijheid afwachten. Dat kan wel een jaar duren.
Deze vrijheid kent wel enige kanttekeningen, leggen onze advocaten uit.
Demjanjuk is stateloos, heeft geen inkomen, is per dit moment op geen enkele wijze verzekerd. Heeft geen ziektekostenvergoeding, geen verzorging en geen onderdak. Naar de Oekraïne uitwijken (waar hij ongetwijfeld een warm onthaal kan krijgen) mag hij niet, want hij mag Duitsland niet uit.
De advocaat, Dr. Busch, schiet dan ook ter plekke in grote paniek. Schreeuwt naar zijn vrouw dat zij direct mensen moet bellen. Hij ligt plotseling een heel groot probleem op zijn bord.
Later horen wij, dat er ergens een bisschop bereid zou zijn om onderdak voor Demjanjuk te regelen. Misschien in een klooster ? Wie zal het zeggen.
Zeker is dat Demjanjuk, het comfortabele onderdak in de gevangenis met de daaraan gekoppelde beste medische zorg nu ontbeert.

De meningen van de Nebenkläger lopen erg uiteen. Enkelen zijn verslagen, dat Demjanjuk nu toch vrij man is. Zij hebben er geen woorden voor hoe hen dat persoonlijk onderuit haalt. Zij voelen zich bedrogen. Zij zijn kapot.
De meeste Nebenkläger zijn uiterst tevreden. Het vonnis ‘schuldig’ telt. Verder is het voor hen niet van enig belang hoe Demjanjuk zijn laatste jaren met dit vonnis verder leeft. Zijn praktische problemen van onderdak en verzorging op dit moment gunnen zij hem graag.
Het is wel een uniek vonnis. Demjanjuk is veroordeeld, ondanks het feit dat niemand met zekerheid kon verklaren dat hij ook maar getuige was van één moord.
Hij is medeschuldig en een dergelijk vonnis is niet eerder uitgesproken.
Dat vertellen zij in vele interviews aan de pers, die weer overweldigend aanwezig is.
Vaak nog diep geëmotioneerd.

Bibberig blijven we allemaal. Het is of we poreus zijn. De tranen zitten hoog. We zijn overgevoelig. We zijn snel geëmotioneerd, snel geïrriteerd.
Of dat morgen al over is ? Hoe zal dat straks thuis zijn ?

We vertrekken naar huis. In kleine groepjes, per vliegtuig, trein of auto. Enkelen blijven nog één nachtje in München, hebben nog even tijd om samen met de twee JMW begeleiders na te praten en een hapje te eten.

Door Ella Oesterman (JMW)

Demjanjuk is schuldig ! En hij krijgt 5 jaar gevangenisstraf !
Dit waren ongeveer de eerste woorden die rechter Alt vandaag om 12.30 uur uitsprak, toen hij het vonnis begon voor te lezen. Om deze woorden met argumenten te onderbouwen had hij vervolgens een kleine 2 ½ uur nodig.

Wat was het spannend vanmorgen.
Om 10.00 uur werd de zitting hervat en werd een uur lang de stapel van nog bijna 30 bezwaarschriften doorgenomen en afgewezen. Daarna werd aan alle bij het proces betrokken personen, ook aan de Nebenkläger, gevraagd of zij tot slot nog iets wilden toevoegen. Alle advocaten en de officier van justitie bleven bij hun verklaringen, eis en pleidooi. Toen Dr. Busch, advocaat van Demjanjuk, werd gevraagd of hij nog wat wilde zeggen, zei hij droog, dat hij niet verwachtte, dat er iemand was, die wilde, dat hij zijn pleidooi nogmaals zou voorlezen (duur 4 ½ dag). Een bevrijdende lach klonk in de zaal, en een zucht van opluchting. Dit kleine moment van verbinding tussen alle partijen in de zaal gaf een heel plezierig gevoel.
Het laatste woord was aan Demjanjuk. Of hij nog iets wilde zeggen !
Antwoord was kort. Nein. Zitting verdaagd tot 12.30 uur.
Buiten bestormde de pers ons. Toch belandde iedereen tenslotte op een terras in de zon met koffie en een gebakje.

Terug in de rechtszaal werd Demjanjuk in zijn rolstoel aan de beklaagdenbank gezet, waarop rechter Alt direct het vonnis uitsprak. Vervolgens werd Demjanjuk weer op zijn bed gelegd en nam Alt opnieuw het woord. Hij beschreef het leven van Demjanjuk en natuurlijk vooral de periode 1940-1945, zoals die uit de berg documenten is vastgesteld.
De zaal huiverde toen hij beschreef hoe de joden uit Westerbork aankwamen op het perron in Sobibor. Hoe zij uit de trein geranseld of gesleurd werden, hoe het proces van aankomst tot in de gaskamer zich in hooguit enkele uren zich voltrok. Hij beschreef elk gruwelijk detail van het systematische moordproces, om vervolgens vast te stellen dat elke Trawniki in de dienst van de SS(ook Demjanjuk) ingezet werd bij al die verschillende onderdelen van dit moordproces. In wisseldiensten werkten zij. Met de opdracht om tegenstand direct te beantwoorden met de kogel.
De snelheid van de ‘afwikkeling’ van de binnengekomen transporten, gaf aan hun goed de Trawniki hun dienstopdracht uitvoerden.
Alt noemde – net als in het begin van het proces – elke trein afzonderlijk, die uit Westerbork was vertrokken met datum van vertrek en aankomst. Noemde hoeveel joden in die trein zaten. Per trein voegde hij daaraan toe welke ouders, broer of zuster van welke van de Nebenkläger in die trein hadden gezeten. Het greep ons bij de keel.
Er werd ontzettend gehuild – heel stil eigenlijk. Niet alleen door de Nebenkläger, ook de pers hield het niet droog.

En dan opeens het laatste verrassende besluit.
De in hechtenisneming wordt opgeheven voor de duur van het hoger beroep. Demjanjuk mag direct de rechtszaal verlaten, met achterlating van zijn rolstoel, want die is van justitie.
Hij heeft van de 5 jaar, die hij kreeg, als ruim twee jaar in voorarrest gezeten. Hij mag het hoger beroep in vrijheid afwachten. Dat kan wel een jaar duren.
Deze vrijheid kent wel enige kanttekeningen, leggen onze advocaten uit.
Demjanjuk is stateloos, heeft geen inkomen, is per dit moment op geen enkele wijze verzekerd. Heeft geen ziektekostenvergoeding, geen verzorging en geen onderdak. Naar de Oekraïne uitwijken (waar hij ongetwijfeld een warm onthaal kan krijgen) mag hij niet, want hij mag Duitsland niet uit.
De advocaat, Dr. Busch, schiet dan ook ter plekke in grote paniek. Schreeuwt naar zijn vrouw dat zij direct mensen moet bellen. Hij ligt plotseling een heel groot probleem op zijn bord.
Later horen wij, dat er ergens een bisschop bereid zou zijn om onderdak voor Demjanjuk te regelen. Misschien in een klooster ? Wie zal het zeggen.
Zeker is dat Demjanjuk, het comfortabele onderdak in de gevangenis met de daaraan gekoppelde beste medische zorg nu ontbeert.

De meningen van de Nebenkläger lopen erg uiteen. Enkelen zijn verslagen, dat Demjanjuk nu toch vrij man is. Zij hebben er geen woorden voor hoe hen dat persoonlijk onderuit haalt. Zij voelen zich bedrogen. Zij zijn kapot.
De meeste Nebenkläger zijn uiterst tevreden. Het vonnis ‘schuldig’ telt. Verder is het voor hen niet van enig belang hoe Demjanjuk zijn laatste jaren met dit vonnis verder leeft. Zijn praktische problemen van onderdak en verzorging op dit moment gunnen zij hem graag.
Het is wel een uniek vonnis. Demjanjuk is veroordeeld, ondanks het feit dat niemand met zekerheid kon verklaren dat hij ook maar getuige was van één moord.
Hij is medeschuldig en een dergelijk vonnis is niet eerder uitgesproken.
Dat vertellen zij in vele interviews aan de pers, die weer overweldigend aanwezig is.
Vaak nog diep geëmotioneerd.

Bibberig blijven we allemaal. Het is of we poreus zijn. De tranen zitten hoog. We zijn overgevoelig. We zijn snel geëmotioneerd, snel geïrriteerd.
Of dat morgen al over is ? Hoe zal dat straks thuis zijn ?

We vertrekken naar huis. In kleine groepjes, per vliegtuig, trein of auto. Enkelen blijven nog één nachtje in München, hebben nog even tijd om samen met de twee JMW begeleiders na te praten en een hapje te eten.

AfdrukkenAfdrukken  

Bericht uit München - 11 mei 2011

 
Door Ella Oesterman (JMW)

De verdediger, Dr. Busch, gaat door met zijn pleidooi tot een uur na de lunchpauze. Het thema die hij behandelt, houdt ons wel bij de les. Demjanjuk was als Trawniki evenzeer slachtoffer van de SS. En hoe kun je hem, als minuscuul radertje in de machine berechten als de bobo’s vrijuit gingen. Opnieuw oordelen onze advocaten over zijn pleidooi, dat het vooral juridische onzin is, waarnaar zij moeten luisteren en wij krijgen in de pauze uitleg, waarom wij als leken – en zo ook de pers – dat niet kunnen horen.
In de veel te kleine rechtszaal kan niet iedereen worden toegelaten. Rechter Alt stuurt hoogstpersoonlijk een aantal medische studenten de zaal uit om plaats te maken voor de schrijvende pers.

Dr. Maull, de andere verdediger van Demjanjuk, sluit aan met een korte toevoeging en haalt ook meteen uit naar de Nebenkläger.
Dan volgen er pauzes, waaronder één lange. Dr. Busch heeft nog een aantal (meer dan twintig) bezwaarschriften ingediend en die moeten nu behandeld worden. Onze advocaat, Prof. Nestler, weerlegt de beschuldiging dat een geheim document niet werd toegelaten in het proces. Hij verklaart dat het document al jaren geleden openbaar was en bovendien per email naar Dr. Busch is gestuurd. In feite communiceert hij met dit ene voorbeeld, dat er veel aangedragen materiaal gewoon helemaal niet klopt.

Rechter Alt meldt tenslotte tegen vieren dat de zaak morgen om 10.00 uur wordt voortgezet. Komt er ook een vonnis morgen? Niemand weet het zeker.
In ieder geval heeft de rechtbank zich voorbereid op veel persaandacht.

We zijn laat in het hotel. Om half zeven maken wij onze opwachting in de woning van de Nederlandse consul generaal. Ook onze advocaten en de vertaalsters zijn uitgenodigd. Een riant appartement in het centrum van München, waar wij gastvrij worden ontvangen op het prachtige terras. Het is een bijzondere avond, die ons verblijf in München op een heel plezierige manier afsluit. Aanwezig is ook Thomas Walter, de initiatiefnemer van dit proces. Achtereenvolgend spreekt de consul, één van de Nebenkläger, de voorzitster van Stichting Sobibor en de leider van het advocatenteam. Na 1½ jaar proces sluiten wij het weldra af. Het was zwaar, maar ook in de organisatie tussen de verschillende partijen zijn er heel wat meningsverschillen overwonnen. Ook daarin is veel geleerd over en weer en staan wij nu met elkaar met veel respect voor ieders rol in dit gebeuren. Extra aandacht wordt gegeven aan de partners van de Nebenkläger, die hun man of vrouw zo gesteund hebben, terwijl dat niet altijd een gemakkelijke taak was.

Een van de partners staat wat later naast mij en wij kijken samen naar het terras waar het gezelschap met een glas wijn in de hand in groepjes staat te praten. Wij zien een beeld als in een film, de eerste beelden van zo’n feestelijk gezelschap in opperbeste stemming, uiterst geanimeerd aan de praat met elkaar.

Het ontroert ons, en we delen dat gevoel, want wij weten hoe spannend het voor al die mensen was vandaag en morgen weer wordt.
Hoe wonderlijk kan het toch zijn hier in München!


AfdrukkenAfdrukken  

Bericht uit München - 10 mei 2011

 
Door Ella Oesterman (JMW)

Vandaag wordt er geen vonnis uitgesproken, zoals aanvankelijk gepland was, want de verdediger van Demjanjuk, Dr. Busch, is nog niet klaar met zijn pleidooi. Vorige week besloeg dat drie zittingsdagen. Nu dus het vervolg. Een forse stem, een plechtig uitgesproken relaas, het golft monotoon over ons heen. Aan het einde van de dag zijn onze advocaten ontzettend duidelijk en eensgezind over de juridische waarde van het relaas. Het is klinkklare onzin.
Busch heeft zijn pleidooi in hoofdstukken ingedeeld en weet ons – op het moment dat de aandacht verslapt – steeds weer terug te halen met een thema, dat door hem reeds vele malen is uitgekauwd. Maar toch.
Demjanjuk kan b.v. niet veroordeeld worden, omdat vele deskundigen over de identiteit van ‘een’ Iwan Demjanjuk hebben geschreven en getuigd. Allemaal verschillende Demjanjuks, volgens Busch. Zeker niet deze meneer.
Demjanjuk kan niet veroordeeld worden op humanitaire gronden. Hij heeft al achttien jaar gevangen gezeten in Israël en ten onrechte jaren in de dodencel. Hij is een doodzieke man en 90 jaar en een vonnis van zes jaar is voor hem opnieuw een doodvonnis.

Morgen gaan we verder, zeker nog twee uur. Dan zal de tweede verdediger nog aansluiten met een verklaring. En natuurlijk weten we nooit welke verrassing ons nog staat te wachten.
Zou het vonnis echt a.s. donderdag worden uitgesproken ?
Het blijft ontzettend spannend. In de rechtszaal is het heel benauwd.
De groep Nebenkläger verwachtte min of meer morgen, een dagje vrij te hebben voor museumbezoek of een heerlijk terras, want het is hier zonovergoten. Maar we gaan door.

In de pauze, bevind ik mij tot twee keer toe op het damestoilet met een paar Oekraïense dames, waaronder de vrouew van Dr. Busch. In geborduurde witte blouses om hun identiteit aan te geven. Het is wel vervreemdend, dat ik dan naast mevrouw Busch sta, die eerder in de gangen van het gerechtshof al demonstatief heeft aangegeven anti-joods te zijn. In de rechtszaal zal ik nooit naast één van hen gaan zitten. Wij groeten elkaar niet en ik voel me opeens in dat toilet veel joodser dan anders. Mijn voelsprieten zeggen mij, dat zij mij ook mijden, zelfs mijn blik mijden. Als een JMW collega binnenkomt, deelt één van de dames in het Engels mede, dat beneden ook toiletten zijn ! Vreemd om de haat van de ander te registreren en het langs je rug te laten afglijden.
Dat kan hier op het toilet, 66 jaar na dato.

Na afloop van de rechtszitting stellen wij vast dat het wel bijzonder is, dat iedereen morgen naar de rechtszaal komt en niemand ingaat op het advies van de advocaten om de ochtendsessie maar even over te slaan omdat het meer van hetzelfde wordt.
AfdrukkenAfdrukken  

Bericht uit München - April 2011

 
Door: Ella Oesterman (JMW)

Bericht uit München - 13 april 2011

We zijn weer in München. De spanning is voelbaar in de ontbijtzaal. In de bus naar het gerechtsgebouw is het ongewoon rustig. Dit proces is zo uitgelopen, dat in de vertrouwde rechtszaal in het officiële gerechtshof inmiddels een ander groot proces wordt behandeld. We betreden daarom nu het oude gerechtshof, een imposant gebouw, dat uit begin 1900 stamt en in renovatie is.
Wij worden hartelijk ontvangen in een speciaal voor de groep gereserveerde ruimte. Via de statige stenen trappen met leuningen van zwaar, maar elegant smeedwerk, lopen we naar de rechtszaal. Het bed voor Demjanjuk staat zoals gewoonlijk weer klaar en hij brengt deze dag weer onbewogen en liggend door, met zonnebril op. Zijn bed wordt vijf minuten nadat de zitting is begonnen naar het midden van de zaal verhuisd, recht voor de zetels van de gerechtsheren omdat Demjanjuk last heeft van de geluidversterkers. Het is een bizar plaatje, maar ons inmiddels volkomen vertrouwd.

Bijna alle requisitoiren worden vandaag dan eindelijk gelezen. Jules Schelvis bijt de spits af met een indringende beschrijving van wat zijn familie en al die anderen in Sobibor ondergingen.
Michael Koch, één van de advocaten, deelt mee dat Rob Wurms, de jongste Nebenklager, enkele weken geleden is overleden en leest het door Rob zelf geschreven requisitoir voor, niet in de ik-vorm, maar nu in de derde persoon. De emotie van Koch klinkt door in de woorden, die hij uitspreekt en zij raken ons allen diep, en zijn tegelijkertijd een enorme steun voor Rob’s hier aanwezige weduwe en kinderen.
Dan volgen deze dag de requisitoiren van tien mannen en twee vrouwen. Allen noemen de namen van hun naasten namens wie zij hier staan. Zij vertellen hoe zij als klein kind het in het leven verder alleen moesten rooien, zonder hun vermoorde ouders, broers, zusters en heel veel familieleden. Kinderen waren zij, twee, vier of zes jaar oud. Over de grote leegte en het grote onzichtbare verdriet, dat zij sindsdien meedragen. Over hun moeizame levens, hun psychische nood, de verwarring over hun identiteit. Dat de draagwijdte van het verlies en de impact daarvan niet in woorden over te dragen is.
Hoe het niet alleen ingreep in hun eigen levens, maar ook in dat van hun kinderen en hun kleinkinderen. Ook verklaren zij met heldere en krachtige stem dat zij desondanks een rijk leven hebben weten op te bouwen, en dat juist voor hen - ‘de kinderen, die er niet meer hadden mogen zijn’ -, de kinderen en kleinkinderen hun het leven de moeite waard hebben gemaakt. Hoe dát hen ook de moed gaf om deel te nemen aan dit proces.

Is Demjanjuk schuldig en wat eisen de Nebenklager voor straf ?
Ja, hij is schuldig vinden allen. Door zijn zwijgen in dit proces concluderen zij dat hij niets tegenspreekt, geen verzachtende omstandigheden aanvoert, geen excuus aanbiedt, maar dat hij nog steeds is wie hij toen was: een willige handlanger van de SS. De één vindt dat hij maximaal gestraft moet worden, de ander vindt een schuldigverklaring zonder straf voldoende. De rechtbank mag beslissen.

Dan nemen de advocaten het woord en spreken namens die Nebenklager, die zelf het woord niet kunnen voeren of vanwege hun kwetsbare gezondheid hier niet kunnen zijn. De namen van hun vermoorde familie worden genoemd en ook hun eis klinkt in deze rechtszaal in München, waar eens de Nazi’s hun processen voerden. Juist dat geeft hen bijna een triomfantelijk en machtig gevoel. Zij staan hier toch maar, zij getuigen en eisen. Hun omgekomen familie wordt recht gedaan. Zij voelen zich trots dit voor hen te kunnen doen!
Morgen komt nog één Nebenklager, Paul Hellman, aan het woord en zullen onze advocaten het woord hebben. Advocaat Nestler, die de leiding heeft, verlaat na de zitting zelf zeer aangedaan de zaal.

Tegen de avond komt de groep bijeen om na te praten. Eerst staan we stil bij de lege plek in de groep, nu Rob er niet meer is. Dan vertellen de Nebenklager en hun partners hoe opgelucht zij zijn, en hoe tevreden dat zij gesproken hebben.
Maar duidelijk is dat iedereen nog gevangen zit in de emotie, die al de beschrijvingen van deze trieste levensgeschiedenissen opnieuw teweeg heeft gebracht. Veel oud verdriet komt in alle heftigheid boven. Ook bij de partners.
Daarin voelen we ons heel dicht bij elkaar. Armen om elkaars schouders, woorden zijn overbodig.

 

AfdrukkenAfdrukken  

Bericht uit München - 14 april 2011

 
Door: Ella Oesterman (JMW)

Er is vannacht erg slecht geslapen, ondanks de opluchting van (bijna) alle Nebenkläger, dat zij eindelijk hebben kunnen spreken.
De dag van gisteren wordt gevoelsmatig weer opgepakt als de laatste van de groep, Paul Hellmann, direct na de opening van de zitting, kort het woord neemt en de beklaagde vooral zijn zwijgen verwijt en mede vanwege dit zwijgen hem schuldig acht.
Als hij terugloopt naar zijn plaats, krijgt hij van alle mannelijke Nebenkläger een hand.
Zo ging dat gisteren ook na elke requisitoir. Ik waan me op die momenten even in sjoel, als ik die warme handdrukken van die mannen zie en die klopjes op de schouder.
Tenslotte worden de requisitoiren van twee vrouwen, die de reis naar München niet konden maken, door hun advocaat voorgelezen. Eén van hen is Lotti Huffener. Zij hoopt dat Demjanjuk tijdens deze laatste uren van het proces toe wil geven wat hem ten laste is gelegd en spijt betuigt omdat het de laatste kans is om de wereld te laten weten wat zich echt heeft afgespeeld in Sobibor.

Manuel Bloch, de Nederlandse strafpleiter, houdt dan namens de Nebenkläger een krachtig requisitoir, waarin hij zegt, dat gedurende het proces een helder, duidelijk beeld is neergezet van de verdachte. Hij heeft geen alibi gehoord en stelt vast dat de aangeklaagde als willige Trawniki zijn taak in Sobibor uitvoerde en niet is gedeserteerd. Hij heeft o.a. meegewerkt aan de dood van 1143 joodse kinderen, die deel uitmaakten van het kindertransport uit Vught. Verdachte tracht de waarheid te verbergen. Echter de Nebenkläger hebben verwoord, wat de gevolgen van de moord op hun naasten in Sobibor voor hen persoonlijk zijn geweest. Zij hebben de gruweldaden beschreven en de wereld heeft daar kennis van genomen. Dat doet alle in Sobibor vermoorde joden recht.

Professor Nestler houdt een briljant slotrequisitoir namens het team van advocaten van de Nebenkläger. Hij opent met een verklaring dat hij de rechtbank bedankt voor het respect dat aan de Nebenkläger is betoond door hen in dit proces hun plaats te geven en de waardige wijze waarop zij bejegend zijn. Vervolgens plaatst hij de periode waarover dit proces handelt en de taak van Demjanjuk in die periode in een historisch perspectief.
Hij schetst de terughoudende houding van de politiek en rechtelijke macht in het na-oorlogse Duitsland t.a.v. de vervolging van verdachte nazi’s en hun handlangers en ontkracht daarmee één van de bezwaren tegen dit proces. Daderschap dient berecht te worden, ook als men zo nalatig is om processen dus pas nu te voeren en ook als velen de dans daardoor inmiddels zijn ontsprongen, en ook als een verdachte dan al 90 jaar is.
Het gaat hier om functionele medewerking van Demjanjuk in het moordproces in Sobibor en dat maakt hem medeschuldig. Medeschuld hebben – bereidwilligheid – is daderschap. Het gaat hier over massamoord, misdaden tegen de menselijkheid en niet over een oorlogsdaad in beperkte zin,
Professor Nestler snijdt diverse aspecten aan om de legitimiteit van dit proces vast te stellen. Hij concludeert op grond van alle in dit proces aangevoerde documenten en verklaringen, dat Demjanjuk in Sobibor was en dus schuldig is. Dat hij zich niet heeft onttrokken aan de massamoorden, geen excuses of spijt heeft getoond en een veroordeling niet alleen terecht is, maar gerechtigheid betekent.
Hij eist geen strafmaat en verklaart namens de Nebenkläger dat hij erop vertrouwt dat de rechtbank in haar wijsheid en neutraliteit een wijs oordeel zal vellen, dat door de Nebenkläger zal worden geaccepteerd. De zaal applaudiseert. Rechter Alt zegt dat hij dit niet op prijs stelt – maar zegt dit met een glimlach om de mond.

Er worden nog enkele stukken voorgelezen en dan wordt de zitting gesloten.
Op de gang en in het trappenhuis worden indringende gesprekken met vooral Nederlandse verslaggevers gevoerd. Sommigen van hen logeren in ons hotel en het is wel heel bijzonder, dat niemand op zijn hoede hoeft te zijn. Zij gaan uiterst respectvol te werk en creëren een rustige atmosfeer, waarin de Nebenkläger goed kunnen vertellen.
Iemand schiet de verdediger van Demjanjuk aan en stelt hem indringende vragen. Op dit moment had hij lang gewacht.

In een andere rechtszaal, waar wij zoals altijd even mogen bijkomen, zegt Michaël Koch, één van de advocaten, dat dit geweldige dagen waren, die maximaal door onze groep benut zijn. Jetje Manheim, voorzitter van stichting Sobibor concludeert, dat het de belangrijkste twee dagen in het proces waren. Dat wij met voldoening en trots mogen terugkijken op de zo van elkaar verschillende requisitoiren, die op zo’n waardige wijze werden gepresenteerd. Ons doel – de wereld te laten weten wat de verschrikkingen van Sobibor waren – is bereikt.
Wij komen terug voor het vonnis, maar het maakt niet veel meer uit, hoe dat zal luiden.

Een aantal mensen vertrekken naar een terrasje in de zon; anderen gaan naar het hotel om de laatste uren even nog samen door te brengen. We spellen de kranten op nieuws over ‘ons proces’. Dan vertrekt men in groepjes naar het vliegveld. Enkelen blijven nog een nachtje om morgen per auto naar huis te rijden.

Het heeft er ingehakt deze twee dagen. De bibbers zitten nog in de benen, en toch waren de benen heel sterk. Wat is er een kracht tentoongespreid.
Nu maar even thuis uitrusten met de benen omhoog.
AfdrukkenAfdrukken  

Februari 2011

 
Door: Ella Oesterman (JMW)

Data requisitoiren mede-aanklagers bekend gemaakt.

Op 1, 2 en 3 maart 2011 zullen de Nederlandse mede-aanklagers in het proces tegen Iwan Demjanjuk de gelegenheid krijgen een requisitoir te houden in de rechtszaal in München. Rechter Alt, voorzittend rechter in het proces, op 19 januari jl. heeft dit bekend gemaakt.
Ook Jules Schelvis, de inmiddels 90-jarige overlevende van Sobibor, zal een requisitoir houden.

In het Duitse rechtssysteem hebben eerstegraads familieleden van de slachtoffers van een misdrijf met dodelijke afloop het recht om naast de openbaar aanklager op te treden als mede-aanklager.
23 Nederlandse nabestaanden van in vernietigingskamp Sobibor vermoorde Joden treden tijdens het proces in deze hoedanigheid op. Zij spreken namens hun vermoorde familieleden, maar ook zijn zij de symbolische vertegenwoordigers van alle anderen die in Sobibor zijn vergast.
De positie van mede-aanklager verleent hen het recht een persoonlijk requisitoir te houden. De invulling hiervan staat hen vrij. In Nederland wordt met de term ‘requisitoir’ het pleidooi van de aanklager, meestal de officier van justitie, aangeduid.

Iwan Demjanjuk staat sinds november 2009 in München terecht voor medeplichtigheid aan moord op tenminste 27 900 Nederlandse Joden in de periode van 28 maart tot 1 oktober 1943, waarin hij als in Trawniki, opgeleide Wachmann, in Sobibor werkte.
Naar verwachting zal eind maart het vonnis worden uitgesproken.
Door: Ella Oesterman (JMW)

Data requisitoiren mede-aanklagers bekend gemaakt.

Op 1, 2 en 3 maart 2011 zullen de Nederlandse mede-aanklagers in het proces tegen Iwan Demjanjuk de gelegenheid krijgen een requisitoir te houden in de rechtszaal in München. Rechter Alt, voorzittend rechter in het proces, op 19 januari jl. heeft dit bekend gemaakt.
Ook Jules Schelvis, de inmiddels 90-jarige overlevende van Sobibor, zal een requisitoir houden.

In het Duitse rechtssysteem hebben eerstegraads familieleden van de slachtoffers van een misdrijf met dodelijke afloop het recht om naast de openbaar aanklager op te treden als mede-aanklager.
23 Nederlandse nabestaanden van in vernietigingskamp Sobibor vermoorde Joden treden tijdens het proces in deze hoedanigheid op. Zij spreken namens hun vermoorde familieleden, maar ook zijn zij de symbolische vertegenwoordigers van alle anderen die in Sobibor zijn vergast.
De positie van mede-aanklager verleent hen het recht een persoonlijk requisitoir te houden. De invulling hiervan staat hen vrij. In Nederland wordt met de term ‘requisitoir’ het pleidooi van de aanklager, meestal de officier van justitie, aangeduid.

Iwan Demjanjuk staat sinds november 2009 in München terecht voor medeplichtigheid aan moord op tenminste 27 900 Nederlandse Joden in de periode van 28 maart tot 1 oktober 1943, waarin hij als in Trawniki, opgeleide Wachmann, in Sobibor werkte.
Naar verwachting zal eind maart het vonnis worden uitgesproken.
AfdrukkenAfdrukken  

September 2010

 
Door: Ella Oesterman (JMW)

Inmiddels is het bijna oktober 2010 en loopt het proces in München tegen Iwan Demjanjuk veel langer door dan verwacht. Aanvankelijk was de uitspraak dit jaar gepland in de eerste week van mei. Reeds in het voorjaar werd duidelijk dat die datum niet gehaald zou worden, omdat er meer getuigen worden opgeroepen dan in het begin van het proces bekend was. Het onderzoek van de vele documenten is aanmerkelijk veel omvattender dan werd aangenomen. Daarbij worden steeds nieuwe deskundigen opgeroepen om informatie toe te voegen en ter verificatie van de echtheid van de documenten.

De rechtspraak in Duitsland bepaalt dat de zittingen geen voortgang kunnen vinden bij afwezigheid van de gedaagde. Er zijn diverse reeksen van zittingsdagen uitgevallen i.v.m. de gezondheidstoestand van Demjanjuk. Wel heeft rechter Alt inmiddels paal en perk gesteld aan zijn afwezigheid vanwege lichte klachten of klein ongemak..

De Nebenkläger volgen het proces via de verslagen van diverse personen. Eén van de Nebenkläger, Rob Fransman, is tot enkele maanden geleden bij elke zitting aanwezig geweest en zijn verslagen zijn op zijn weblog te vinden. Momenteel is hij één maal per maand bij een zittingenreeks aanwezig. Juridische informatie wordt aan de Nebenkläger gegeven door Manuel Bloch, die als Nederlandse strafpleiter officieel is toegevoegd aan het Duitse advocatenteam.Via columns in de pers van Wim Boevink en Max Pam komt ook informatie vanuit de rechtszaal ter beschikking.

De Nebenkläger zullen weer naar München afreizen voor het requisitoir. Dan zullen zij weer persoonlijk in het proces betrokken zijn. Voorlopig is het echter nog niet zo ver.
De groep komt in die tussenperiode eens per twee maanden bij elkaar. Tijdens die bijeenkomsten wordt de voortgang van het proces met elkaar besproken en wordt soms een spreker uitgenodigd. Maar men komt vooral om elkaar weer informeel te ontmoeten.
De groep is heel eensgezind in haar doel om te getuigen en aan te klagen.
Men steunt elkaar zo toch in deze fase van het proces, waarin voor hen geen rol is weggelegd. De tweemaandelijkse ontmoetingen zijn daarom ontzettend belangrijk en het zijn dan ook altijd hele geanimeerde middagen.

JMW houdt u op de hoogte als er weer nieuws te melden is.
AfdrukkenAfdrukken  

Woensdag 24 februari 2010

 
Door: Ella Oesterman (JMW)

Het is weer even spannend of de dag als gepland zal verlopen. Komt Nagorny? Komt Demjanjuk? Niet te geloven, ze zijn er allebei. Demjanjuk ziet er goed uit, zichtbaar beter dan een tijdje geleden.
Alex Nagorny stapt met zijn hoedje op, en zijn 92 jaar, bijna parmantig de rechtszaal binnen. Weliswaar met een wandelstok, maar toch. Hij blijkt ook nog over een heel duidelijk stemgeluid te beschikken. Geflankeerd door zijn advocaat en de tolk zit hij vandaag op de getuige stoel, ogenschijnlijk onvermoeibaar.
Vanaf mijn stoel achter de Nebenkläger en tussen de mensen van de pers in heb ik een mooi en bijzonder zicht op de VIP’s in dit proces.
Op één lijn zitten ze. Helemaal rechts ‘onze’ Jules Schelvis, overlevende van Sobibor (89 jaar), aandachtig luisterend en aantekeningen makend. Helemaal links Demjanjuk (ook 89) in bed, met zijn grote zonnebril op. En in het midden tussen hen in zit Nagorny (92), af en toe een slokje water drinkend, rustig te getuigen.
Ik ben mij ervan bewust dat dit wel een heel uniek beeld is.

Alex Nagorny is Oekraïner en komt uit een boerenfamilie uit de omgeving van Kiev. Als jong soldaat werd hij gevangen genomen door de Duitsers en naar het kamp Trawniki gebracht, waar hij werd opgeleid om als bewaker te worden ingezet door het Duitse leger. Deze mensen werden dan ook Trawniki genoemd. Nagorny vertelt over zijn zwerftocht. Hoe hij werd ingezet als bewaker in Rostock in een vliegtuigfabriek en naar diverse kampen werd gestuurd. Cruciaal is zijn getuigenis over zijn verblijf in Flossenburg. Hij bevestigt dat hij Demjanjuk daar heeft leren kennen. Zij waren er ‘collega’s’ kun je zeggen. Ze liepen wacht, soms samen, woonden in dezelfde barak met ongeveer 10 man en wasten zich in dezelfde ruimte. Demjanjuk heeft altijd ontkend in Flossenburg te zijn geweest. Nagorny weet ook een heleboel niet meer. Hoe het er daar uitzag, met hoeveel mensen zij er waren, waarover zij met elkaar spraken. Hij kent het woord tatoeage eenvoudigweg niet. Na omschrijving bevestigt hij dat alle Trawniki dat hadden, onder de oksel. Gevraagd wordt of hij de tatoeage van Demjanjuk – b.v. in het washok - heeft gezien. Hij vindt dit duidelijk een domme vraag en antwoordt laconiek: ‘waarom zou ik daar naar hebben willen kijken. Dat interesseerde me niet’.

In een latere periode hebben Nagorny en Demjanjuk in één huis gewoond. Dat wel. Maar Nagorny kan zich niets persoonlijks herinneren. Ze spraken nergens over, zegt hij. En al zeker niet over vroeger. Ze deelden geen verleden.
Dat verbaast mij niet. Hij is wel oud en het is lang geleden. Maar het waren destijds soldaten, die elkaar niet kenden en noodgedwongen met elkaar optrokken. Ze waren van boerenafkomst (het Oekraïense platteland voor de oorlog) en hadden nauwelijks of geen school bezocht. Praten hadden ze zeker niet geleerd. En elkaar in vertrouwen nemen onder deze omstandigheden, waar angst regeerde, lag evenmin voor de hand.

Nagorny werd door de Amerikanen tot gevangenisstraf veroordeeld voor het in bezit hebben van een pistool. Zijn twee maten, w.o. Demjanjuk werden vrijgesproken.
Tussen de Trawniki onderling speelde kennelijk wel mee of je iets aan schoolopleiding had gehad. Hun wegen zijn gescheiden toen Demjanjuk toestemming kreeg van de Amerikanen om te emigreren. Nagorny kreeg die toestemming niet. Kortom er ontstaat in de rechtszaal geen beeld van een warme relatie.

Nagorny kan nog steeds niet lezen en schrijven. Al zijn informatie heeft hij via de televisie en zo heeft hij ooit vernomen over het Treblinka proces in Israël tegen Demjanjuk. Hij herkent hem feilloos in een reeks oude foto’s van Trawniki, die rechter Alt hem voorlegt. Dan vraagt de rechter of hij hem ook nú herkent.
Enige hilariteit omdat Nagorny zegt dat hij hem helemaal niet kan zien in zijn bed.
De rechter verzoekt hem dan om maar te gaan kijken. Hij pakt zijn stok en stapt op het bed af en zegt dan dat hij er niets van kan maken met die zonnebril op. Demjanjuk wil hem niet af doen. Rechter Alt eist dat en Dr. Busch, de verdediger, stemt toe. Op de nogmaals door Alt gestelde vraag: ‘herkent u hem ?’ klinkt Nagorny’s antwoord luid en duidelijk: ‘Nee, nu niet’.

Er zijn veel vragen van de openbaar aanklager en de advocaten. Als dan tot slot
de verdediging aan de beurt is, is de procestijd voor vandaag om. Rechter Alt vraagt of Nagorny morgen terug wil komen. Opnieuw een glashelder “Nee”.
Dilemma nu, want bij het overschrijden van de afgesproken tijden, zullen Demjanjuk en zijn advocaten aanvoeren dat hij morgen te moe is om te komen. Nagorny stelt de rechter voor om dan maar bij hem thuis te komen morgen (hij woont ong. 60 km. van München af) ! ‘Nou nee,’ zegt rechter Alt vriendelijk, ‘blijf toch een nachtje hier’. Dat gaat niet, want Nagorny’s medicijnen liggen thuis. Hij is vastberaden. Hij is nu niet moe, dus laten we even doorgaan.
Dan overlegt Alt met de arts van Demjanjuk. Het belang van verlenging ligt bij de verdediging. Na een schorsing wordt in twintig minuten de getuigenis afgerond.
Opvallend is, dat Nagorny na afloop bewust een andere uitgang kiest dan Demjanjuk. Er vindt geen ontmoeting tussen de twee plaats.

‘Onze’ advocaat Prof. Nestler geeft ons in de koffiekamer een toelichting op de afgelopen dagen en legt ons uit wat wel en niet (of minder) van belang was in wat er gebeurde.
Het proces zal nog maanden voortduren. Het zal nu allemaal gaan om het behandelen van de documenten, juridische haarkloverij. Een enkele Nebenkläger zal hiervoor toch wel een keer het proces bijwonen.
De hele groep zal pas weer aanwezig zijn bij het requisitoir.
Door: Ella Oesterman (JMW)

Het is weer even spannend of de dag als gepland zal verlopen. Komt Nagorny? Komt Demjanjuk? Niet te geloven, ze zijn er allebei. Demjanjuk ziet er goed uit, zichtbaar beter dan een tijdje geleden.
Alex Nagorny stapt met zijn hoedje op, en zijn 92 jaar, bijna parmantig de rechtszaal binnen. Weliswaar met een wandelstok, maar toch. Hij blijkt ook nog over een heel duidelijk stemgeluid te beschikken. Geflankeerd door zijn advocaat en de tolk zit hij vandaag op de getuige stoel, ogenschijnlijk onvermoeibaar.
Vanaf mijn stoel achter de Nebenkläger en tussen de mensen van de pers in heb ik een mooi en bijzonder zicht op de VIP’s in dit proces.
Op één lijn zitten ze. Helemaal rechts ‘onze’ Jules Schelvis, overlevende van Sobibor (89 jaar), aandachtig luisterend en aantekeningen makend. Helemaal links Demjanjuk (ook 89) in bed, met zijn grote zonnebril op. En in het midden tussen hen in zit Nagorny (92), af en toe een slokje water drinkend, rustig te getuigen.
Ik ben mij ervan bewust dat dit wel een heel uniek beeld is.

Alex Nagorny is Oekraïner en komt uit een boerenfamilie uit de omgeving van Kiev. Als jong soldaat werd hij gevangen genomen door de Duitsers en naar het kamp Trawniki gebracht, waar hij werd opgeleid om als bewaker te worden ingezet door het Duitse leger. Deze mensen werden dan ook Trawniki genoemd. Nagorny vertelt over zijn zwerftocht. Hoe hij werd ingezet als bewaker in Rostock in een vliegtuigfabriek en naar diverse kampen werd gestuurd. Cruciaal is zijn getuigenis over zijn verblijf in Flossenburg. Hij bevestigt dat hij Demjanjuk daar heeft leren kennen. Zij waren er ‘collega’s’ kun je zeggen. Ze liepen wacht, soms samen, woonden in dezelfde barak met ongeveer 10 man en wasten zich in dezelfde ruimte. Demjanjuk heeft altijd ontkend in Flossenburg te zijn geweest. Nagorny weet ook een heleboel niet meer. Hoe het er daar uitzag, met hoeveel mensen zij er waren, waarover zij met elkaar spraken. Hij kent het woord tatoeage eenvoudigweg niet. Na omschrijving bevestigt hij dat alle Trawniki dat hadden, onder de oksel. Gevraagd wordt of hij de tatoeage van Demjanjuk – b.v. in het washok - heeft gezien. Hij vindt dit duidelijk een domme vraag en antwoordt laconiek: ‘waarom zou ik daar naar hebben willen kijken. Dat interesseerde me niet’.

In een latere periode hebben Nagorny en Demjanjuk in één huis gewoond. Dat wel. Maar Nagorny kan zich niets persoonlijks herinneren. Ze spraken nergens over, zegt hij. En al zeker niet over vroeger. Ze deelden geen verleden.
Dat verbaast mij niet. Hij is wel oud en het is lang geleden. Maar het waren destijds soldaten, die elkaar niet kenden en noodgedwongen met elkaar optrokken. Ze waren van boerenafkomst (het Oekraïense platteland voor de oorlog) en hadden nauwelijks of geen school bezocht. Praten hadden ze zeker niet geleerd. En elkaar in vertrouwen nemen onder deze omstandigheden, waar angst regeerde, lag evenmin voor de hand.

Nagorny werd door de Amerikanen tot gevangenisstraf veroordeeld voor het in bezit hebben van een pistool. Zijn twee maten, w.o. Demjanjuk werden vrijgesproken.
Tussen de Trawniki onderling speelde kennelijk wel mee of je iets aan schoolopleiding had gehad. Hun wegen zijn gescheiden toen Demjanjuk toestemming kreeg van de Amerikanen om te emigreren. Nagorny kreeg die toestemming niet. Kortom er ontstaat in de rechtszaal geen beeld van een warme relatie.

Nagorny kan nog steeds niet lezen en schrijven. Al zijn informatie heeft hij via de televisie en zo heeft hij ooit vernomen over het Treblinka proces in Israël tegen Demjanjuk. Hij herkent hem feilloos in een reeks oude foto’s van Trawniki, die rechter Alt hem voorlegt. Dan vraagt de rechter of hij hem ook nú herkent.
Enige hilariteit omdat Nagorny zegt dat hij hem helemaal niet kan zien in zijn bed.
De rechter verzoekt hem dan om maar te gaan kijken. Hij pakt zijn stok en stapt op het bed af en zegt dan dat hij er niets van kan maken met die zonnebril op. Demjanjuk wil hem niet af doen. Rechter Alt eist dat en Dr. Busch, de verdediger, stemt toe. Op de nogmaals door Alt gestelde vraag: ‘herkent u hem ?’ klinkt Nagorny’s antwoord luid en duidelijk: ‘Nee, nu niet’.

Er zijn veel vragen van de openbaar aanklager en de advocaten. Als dan tot slot
de verdediging aan de beurt is, is de procestijd voor vandaag om. Rechter Alt vraagt of Nagorny morgen terug wil komen. Opnieuw een glashelder “Nee”.
Dilemma nu, want bij het overschrijden van de afgesproken tijden, zullen Demjanjuk en zijn advocaten aanvoeren dat hij morgen te moe is om te komen. Nagorny stelt de rechter voor om dan maar bij hem thuis te komen morgen (hij woont ong. 60 km. van München af) ! ‘Nou nee,’ zegt rechter Alt vriendelijk, ‘blijf toch een nachtje hier’. Dat gaat niet, want Nagorny’s medicijnen liggen thuis. Hij is vastberaden. Hij is nu niet moe, dus laten we even doorgaan.
Dan overlegt Alt met de arts van Demjanjuk. Het belang van verlenging ligt bij de verdediging. Na een schorsing wordt in twintig minuten de getuigenis afgerond.
Opvallend is, dat Nagorny na afloop bewust een andere uitgang kiest dan Demjanjuk. Er vindt geen ontmoeting tussen de twee plaats.

‘Onze’ advocaat Prof. Nestler geeft ons in de koffiekamer een toelichting op de afgelopen dagen en legt ons uit wat wel en niet (of minder) van belang was in wat er gebeurde.
Het proces zal nog maanden voortduren. Het zal nu allemaal gaan om het behandelen van de documenten, juridische haarkloverij. Een enkele Nebenkläger zal hiervoor toch wel een keer het proces bijwonen.
De hele groep zal pas weer aanwezig zijn bij het requisitoir.
AfdrukkenAfdrukken  

Dinsdag 23 februari 2010

 
Door: Ella Oesterman (JMW)

Een aanzienlijke groep Nebenkläger en partners is weer present in München om de verklaringen van getuige deskundige Prof. Johannes Houwink ten Cate en Alex Nagorny te horen.
Inmiddels zijn een aantal zaken erg vertrouwd. Ons onderkomen in het vaste gastvrije hotel, de gezamenlijke wandeling naar de rechtbank en de ontvangst in de voor ons gereserveerde gerechtzaal met koffie en thee en de begeleiding van de gerechtsbeambten. Er is weer Nederlandse pers aanwezig en men begint elkaar goed te kennen.

Demjanjuk wordt rechtop zittend in zijn rolstoel binnengereden en praat geanimeerd met de verzorgers om hem heen. Hij stapt zelf, weliswaar behoedzaam en ondersteund, over naar zijn bed in de rechtszaal om vervolgens de proces uren bewegingsloos – met een forse zonnebril op de neus – uit te liggen. Na afloop vindt de procedure in omgekeerde volgorde plaats.

Zodra rechter Alt Prof. Houwink ten Cate aan het woord laat, onderbreekt de verdediging, Dr. Busch, hem met zwaarwegende bezwaren. Ten eerste stelt hij dat Prof. Houwink ten Cate partijdig is en derhalve onaanvaardbaar als deskundige in het proces. Hij is als deskundige betrokken geweest bij het verzamelen van de bewijsvoering en heeft bovendien in januari 2009 in een persbericht verklaard dat het onomstotelijk vaststaat dat John Demjanjuk schuldig is. Hij is dus een vooringenomen deskundige. Ten tweede wijst de verdediging de rechtbank opnieuw af.
De rechtbank kapittelt de verdediger, dat hij dit bezwaar wel eerder had kunnen inbrengen en schorst de zitting dan kort om zich te beraden.
Rechter Alt besluit om het getuige verhoor voort te zetten en Houwink ten Cate voorlopig alleen als getuige te horen. Dat betekent dat hij slechts mag spreken over wat hij heeft gezien bij zijn onderzoek. Hij moet zich onthouden van conclusies, die hij als deskundige trekt.
Houwink ten Cate , historicus en professor in Holocaust en Genocide Studies aan de Universiteit van Amsterdam zet de rechtbank uitvoerig uiteen hoe de transportlijsten van Westerbork naar Sobibor eruit zagen en waarom zij er zo uit zagen. Hij rekent voor hoe het cijfer van het aantal getransporteerden per transport tot stand kwam en hoe de administratieve route werkte.
Opvallend was dat op elke lijst namen stonden die doorgestreept waren, hetgeen betekende dat het diegenen gelukt was - om welke reden dan ook – om weer van die bewuste lijst geschrapt te worden, al ging het steeds om een te verwaarlozen percentage. Doorgestreepte namen ontbraken op de lijst van het kindertransport.
Houwink ten Cate mag niet concluderen, dus geen commentaar!

Ongetwijfeld is niet bij een ieder bekend (in ieder geval niet bij mij) dat gevangenen bij een verblijf van meer dan vier weken in Westerbork werden ingeschreven als ingezetenen in de gemeente Westerbork – en later werden zij uitgeschreven uit hun eigen gemeente. In de periode 1943 is de omvang van de joodse gemeente Westerbork dan ook verbazingwekkend.

Tenslotte schets Houwink ten Cate hoe na de oorlog vrij snel door het Nederlandsche Roode Kruis werd getracht vast te stellen wie was omgekomen. Dit vooral vanwege het grote juridische belang. Enerzijds ten behoeve van erfenis kwesties, anderzijds om mensen in staat te stellen te hertrouwen.

‘Onze’ Nederlandse jurist legt ons later bij de thee uit, wat het belang is van wat er vandaag gebeurde. De informatie over de transportlijsten is helder en volledig, al zijn wij, de toehoorders, wel verrast en wat teleurgesteld dat Houwink ten Cate hoogstwaarschijnlijk niet als deskundige zal worden geaccepteerd door de rechtbank.
Voor de juridische beoordeling is dat niet doorslaggevend. We wachten het maar af.

Morgen horen we de getuigenis van Alex Nagorny, evenals Demjanjuk, een Trawniki.
AfdrukkenAfdrukken  

Donderdag 21 januari 2010

 
Door: Ellen van der Spiegel Cohen

Vandaag komt eindelijk Philip Bialowitz aan het woord. Ik heb me al zorgen gemaakt dat hij – inmiddels 85 jaar, onverrichter zake terug zal moeten keren naar Amerika.
De rechter heeft die zorg waarschijnlijk ook, en heeft gistermiddag tegen Demjanjuk gezegd dat gebleken is dat hij er vaak de laatste dag de brui aan geeft, en dat hij dat niet langer van hem zal accepteren Bialowitz heeft zijn getuigenis in het Engels voorbereid en geheel uitgeschreven. Waarschijnlijk heeft hij goed geoefend. Wellicht raakt door de samenhang de gruwelijkheid van zijn verhaal direct het hart. Bialowitz begint met een even eenvoudige als indrukwekkende verklaring:

“First I would like to thank this court for giving me the opportunity to deliver this testimony. I am here today in the name of the thousands of men, women and children who perished at the hands of the Nazis at the Sobibor death camp”

Zijn oudere broer heet Simcha, hij noemt hem zelfs een keer Simchele. De rechter laat hem die naam nog eens herhalen. Weet niet dat die naam “vreugde” betekent, wat in de context van de geschiedenis geen passende naam lijkt. Maar Simcha heeft net als Philip de oorlog overleeft, en woont nu in Israël. Hij is 94 en de artsen vonden zijn conditie niet goed genoeg om naar München te reizen om te getuigen…
Bij aankomst in Sobibor waren Simcha en Philip samen. Toen Frenzel vroeg wie van de zojuist aangekomen groep een beroep had, zei Simcha dat hij apotheker was en hij trok Philip als zijn assistent met zich mee. Hun verdere familie werd meteen vergast. Philip vertelt dat hij Joden uit de trein moest helpen, waarbij hij soms een fooitje kreeg. Soms zijn de mensen blij dat ze hem zien: ‘kijk, Joden, nu zijn we veilig…” Hij moet de weg schoonmaken die ze moesten lopen naar de gaskamers, en vindt dan documenten die ze tot op het laatste moment in hun handen hebben geklemd. Hij treft ook dode mensen in de wagons aan, een dode moeder met een dood kindje, innig omstrengeld. Een passerende SS’er vindt het een mooi plaatje en maakt er een foto van.

De verhalen die Philip vertelt zijn onbeschrijfelijk pijnlijk, bizar en cynisch. Om Sobibor heen lagen mijnen. Soms kwam daar ‘s nachts een dier op terecht. “Wij werden dan uit onze bedden gehaald en dan werden wij zo precies geteld als waren wij diamanten.” Alsof ze wie weet hoe kostbaar waren, terwijl in Sobibor een leven totaal niet telde…

Wat we gehoord hebben is zo aangrijpend, te aangrijpend voor woorden. Vaak zie ik mijn ouders voor me. Het zijn mijn moeders donkere mooie krullen die worden afgeknipt. Het zijn mijn ouders die dus misschien nog wel een half uur geleefd hebben in de gaskamers voor ze stierven.
En als Bialowitz vertelt dat hij bij het opruimen van de Himmelfahrtstrasse allerlei documenten vond die de mensen tot op het laatste moment bij zich droegen, denk ik: daar waren de foto’s van mij bij. Ik heb (dat schreef ik al eerder) maar één foto van mijn moeder met mij. En één foto van mij alleen, op een commode. Achterop staat geschreven: “Voor tante Hans, ik ben 13 weken, ben ik niet schattig”? Ik heb altijd gedacht dat er meer foto’s van mij geweest zullen zijn. En dat mijn ouders die met zich mee hebben genomen, in de trein, in Sobibor.

Ook de andere mede aanklagers zijn erg aangeslagen door deze verhalen. “Ik ga niet lunchen”, zegt V. Ze wil met J in de koffiekamer blijven. Maar ik wil juist naar onze groep, die al naar de kantine is. Als ik daar aankom staat er een lange rij van het personeel dat in het gerechtsgebouw werkt. Het ruikt er naar zuurkool en goulash. Ik neem een blad en loop naar de saladebar. Dan komt er opeens, heel diep vanuit mijn buik, een snikken omhoog dat niet meer te stoppen is. Ik zet vlug het blad terug en vlucht weg. Langs de verbaasd kijkende mensen loop ik de trappen op. Daar zie ik J en S. Van J. heb ik gisteren het indrukwekkende album gezien dat hij van foto’s van zijn vermoorde familie heeft samengesteld. Veel foto’s van kinderen, herinner ik me. Een heel aangrijpend document heeft hij er van gemaakt. J. en S. houden elkaar vast en zijn ook duidelijk geëmotioneerd. Ik kan niet stoppen met huilen en loop naar hen toe. Zij slaan hun armen om mij heen en houden mij dicht tegen zich aan en troosten mij.

Nu ik dit opschrijf, denk ik terug aan dat gevoel van warmte en vertrouwen. Basisveiligheid. Niemand heeft de behoefte daaraan mooier beschreven dan Andreas Burnier- zelf oorlogskind- in haar laatste roman “De wereld is van glas” (p102).
“Zoals alle overlevenden hadden wij geleden; zij die uit het oosten terugkwamen het meest. Maar allen, de kinderen, de volwassenen, de bejaarden, hadden wij in de afgrond van de dood gekeken. Wij waren oneindig verlaten en eenzaam geweest. Nu hadden wij behoefte aan jarenlange troost: een alles begrijpende, oneindig liefdevolle moedergodin, die ons opnieuw zou baren, die de geschiedenis ongedaan zou maken”.

Burnier beschrijft hoe de mensen die terugkwamen uit de oorlog, zelf getraumatiseerd en beschadigd, elkaar niet konden bereiken. Daarom ben ik blij dat wij elkaar wel kunnen troosten, daar in München.
AfdrukkenAfdrukken  

Dinsdag 19 en woensdag 20 januari 2010

 
Door: Ellen van der Spiegel Cohen

De wandeling van het hotel naar de rechtbank is inmiddels een bekende route geworden. De aandacht van de pers voor ons is intussen behoorlijk afgenomen, maar de ontvangst op de rechtbank wordt steeds hartelijker, en ik merk dat een omhelzing voor mij wat teveel van het goede is. Gelukkig zijn er brede ruggen waarachter ik mij kan verschuilen.
Wat niet veranderd is, is de spanning of Demjanjuk zal komen. Het paradoxale is dus dat je een moment blij bent als hij arriveert, dan kan het proces tenminste doorgang vinden. Het is behoorlijk irritant om te merken dat hij zoveel macht heeft. Als hij er eenmaal is, wordt hij voor mij weer onbelangrijk. Het lijkt of hij slaapt; wellicht is hij gecedeerd, wat vanwege zijn pijnklachten goed te verdedigen zou zijn. En hoe zou hij anders reageren op de gruwelen waarvan Thomas Blatt en Philip Bialowitz hier getuigen? Wellicht hanteert hij al zijn hele leven dezelfde afweermechanismen als derealisatie of depersonalisatie. Begrippen uit de psychologie, die beschrijven hoe de mens zichzelf loskoppelt van zijn emoties, door de gewaarwording dat hij niet is waar hij is, of niet is wie hij is.
“Ja ja”, zegt S, die ook psycholoog is “misschien doet hij aan zelfhypnose en stelt hij zich voor dat hij heerlijk in de zon ligt te ontspannen”.
Nee, zo heerlijk is het allemaal niet. Wat het ook is, D lijkt er niet te zijn. Hij stapt over van de zijn rolstoel naar een bed en lijkt niet meer aanwezig…Iemand zei wel geestig: “Het is alsof we met z’n allen op ziekenbezoek zijn”. Maar dan dus bij een patiënt die niets zegt. Ik zal geen bloemen voor hem meenemen, maar ook geen pistool. Iets waarover ik vóórdat het proces begon wel eens fantaseerde. Onze tolk heeft hem vorige week precies 4 woorden horen zeggen: “Ik ben geen Hitler”.

Deze dinsdag en woensdag zijn gewijd aan de getuigenis van Thomas Blatt. Hij is geboren in het Poolse plaatsje Izbica, een plaatsje ongeveer 90 km van Sobibor, waar 3400 van de 3600 inwoners Joods waren. Ze konden met de Duitsers communiceren als ze Jiddisch spraken. De bezetting werd steeds grimmiger en in maart 1943 was het hele dorp leeggehaald. Toen Blatt in Sobibor aankwam kreeg hij werk als kapper. Voordat zij vergast werden alle vrouwen kaalgeknipt. Anders dan de Nederlandse Joden wisten de Poolse Joden precies wat hen te wachten stond. Een Nederlandse vrouw vroeg Blatt om haar haar toch alsjeblieft niet te kort te knippen…
In het kamp waren niet zoveel SS’ers. Het meeste vuile werk werd door de Trawniki’s (veelal Oekraïners als Demjanjuk) gedaan, en dat met veel onnodig geweld. De getuigenissen zijn gruwelijk. Het zijn vele uren die ik met gekromde tenen doorbreng. Voor Demjanjuk is vastgesteld dat 2x 90 minuten zijn maximum in de rechtszaal is. Als hij of zijn advocaat niets aangeven wordt er soms nog een half uurtje doorgegaan. Maar Voor Thomas Blatt geldt geen enkele bescherming (en voor ons uiteraard ook niet.
Blatt is 83 jaar en – wellicht ook onder invloed van de spanning en vermoeidheid- lijkt cognitief niet helemaal goed meer te functioneren. Zo herinnert hij zich soms absoluut niet meer wat hij in zijn boeken heeft geschreven. Als hij op een plattegrond van Sobibor barakken en paadjes moet aanwijzen, kan hij zich niet oriënteren en zijn hand trilt als hij iets moet aanwijzen. Hij moet vreselijke dingen vertellen, maar wordt gepakt op details. “Kon je nu vanaf de eerste of vanaf de tweede barak de mensen in de gaskamers horen schreeuwen? Ik kan soms zelf bijna niet meer ademhalen.
Herinnert Blatt zich Demjanjuk? Nee, hij was 15 jaar toen hij in Sobibor kwam. Nee, hij herinner zich zelfs het gezicht van zijn moeder niet meer…Op dezelfde dag dat ze aankwamen werden zijn familieleden vergast. Blatt vertelt dat hij nachtmerries heeft over het kamp: “dat is de prijs die ik betaal om hier te zijn”.
Ik zit er met plaatsvervangende schaamte bij. Vooral in het begin had ik behoefte om zelf in te grijpen. Toen wij moesten getuigen zaten wij vlak voor de rechter, met naast ons aan beide zijden onze advocaat en tolk. Bij Thomas Blatt vond de rechter het goed dat hij nogal achterin bleef zitten, en er werd nauwelijks gebruik gemaakt van de tolk. Dat resulteerde erin dat Blatt dan weer Engels (hij woont in Amerika) dan weer Duits of Jiddisch sprak. Soms hoorde of begreep hij de vragen niet, waarop zijn advocaat hem te hulp schoot. Die leek daardoor wel een soort souffleur, waartegen Busch, de advocaat van Demjanjuk, bezwaar maakte.
Busch zelf zorgde ook voor de nodige onrust. Hij heeft duidelijk een boos jongetje in zich, dat je soms rood aanziet lopen van woede. Onder de vele formele passages die hij naar voren brengt, hoor je hem dan als het ware schreeuwen: “ik word hier gepest, niemand luistert er naar mij, mij laten ze niet uitpraten. Wij hebben ook vreselijk geleden (zijn vrouw is Oekraïense) maar wij mogen nooit meedoen”.
De meestal rustige, vriendelijke rechter schiet dan ook uit zijn slof. Later lijken ze het weer bijgelegd te hebben. Is het een spel? Ik voel me in ieder geval niet prettig bij.
AfdrukkenAfdrukken  

Maandag 18 januari 2010

 
Door Ellen van der Spiegel Cohen

Ik heb besloten dit keer met de trein van Aken (wij wonen niet ver van Vaals) naar München te gaan. De vorige keren was ik met de trein naar Schiphol gereisd, en vandaar met het vliegtuig. De laatste keer werd dat door de weersomstandigheden een enorme misser.
Ik wilde aanvankelijk graag met de groep reizen, maar intussen is alles wat vertrouwder geworden, en is een reis door Duitsland (ik ben in München al aan zoveel Duits blootgesteld…) wel te wagen.
In het hotel zijn V. en J. al ingechecked. Zij logeren bij hun kinderen in Zuid- Frankrijk en zijn voor een paar dagen naar München gevlogen. Ook M. is al gearriveerd, overgevlogen uit Amerika, dit keer samen met zijn dochter en haar vriendin, en zijn twee kleinkinderen. Indrukwekkend hoeveel iedereen er voor over heeft om te komen en hoe betrokken allen zich voelen bij de shoa en bij dit proces.
Aan tafel gaat het gesprek over Sobibor, en ik vertel over mijn bezoek aan het kamp twee jaar geleden en hoe belangrijk het voor mij was om in de Gedenklaan een steen voor mijn daar vermoorde ouders te plaatsen. Als M. aangeeft dat hij nog niet weet of hij die reis kan maken, zegt zijn dochter spontaan dat zij dan wel wil gaan om te zorgen voor een steen voor haar vermoorde grootouders.
Later praat ik nog wat door hierover met onze tolk Nederlands. Ook zij is erg onder de indruk van de betrokkenheid van ons allen bij dit proces. Maar zelf, heb ik gemerkt, is zij ook heel geïnvolveerd geraakt. Na de getuigenis van Jules zag ik dat ze huilde. Zij zat naast hem toen hij zijn verhaal vertelde. Haar confrontatie met de gruwelen van de shoa begon al met de vertaling van de aanklacht tegen Demjanjuk, meer dan 80 pagina’s! Ze vertelt dat dat heel schokkend voor haar was, maar het is nog anders als je iemand zelf hoort vertellen, en je zo dicht bij de verteller zit. Dan worden als het ware ook alle emoties overgedragen.
Ze vertelt nog nooit zo’n aangrijpend proces te hebben bijgewoond. Meestal moet ze tolken bij drugszaken, fraude en verkeersovertredingen. Hoewel zij (geboren in Haarlem in 1943) wel feiten kende over de holocaust, wist zij niets over vernietigingskampen als Sobibor. Toen ze de aanklacht moest vertalen is ze de boeken van Jules gaan lezen. Als ik haar vraag hoe de reactie van haar Duitse omgeving op dit proces is, vertelt ze dat vrijwel iedereen wel weet dat het plaatsvindt, maar dat de reacties vaak zijn in de trant van: ach zo’n oude man, die was toch ook maar een onderdeeltje van het grote systeem… Zelf is ze daar inmiddels heel anders over gaan denken.
AfdrukkenAfdrukken  

Dinsdag 22 december 2009

 

Door: Ella Oesterman (JMW)

Net nadat de zitting vandaag is gestart, komt de laatste Nebenkläger – door weersomstandigheden vertraagd - de rechtszaal binnenlopen. Het is toch gelukt !
De advocaat van de aangeklaagde, Dr. Busch, opent met opnieuw zijn bezwaren tegen dit proces, m.n. gericht tegen de interne procesorde. Het is een herhaling van zetten betoogt ‘onze’ advocaat, die de leiding heeft, prof. Nestler. De rechtbank legt de bezwaren naast zich neer en roept de laatste twee getuigen, die ingetogen hun trieste relaas doen.
Prof. Nestler zet nogmaals uiteen waarom de Nebenkläger een stem hebben in dit proces en even is er weer een schermutseling tussen hem en Busch over het waarheidsgehalte van de getuigenissen, m.n. over de vraag of de getuigen werkelijk degenen zijn, die zij zeggen te zijn. Het optreden van Busch is nogal grof en daarmee opvallend, menen de juristen onder ons.

Dan is het woord aan de belangrijkste getuige Jules Schelvis. De rechter is zoals steeds zeer respectvol en nodigt hem uit te vertellen, beginnend bij de razzia in Amsterdam, waar de hele familie werd opgepakt en naar Westerbork werd getransporteerd. Schelvis vertelt in het duits wat er feitelijk gebeurd is. Hoe de hele buurt werd afgezet en ongeveeer 3300 mensen in één keer werden opgepakt en met de tram naar het station werden gebracht (de tram waar zij al tijden niet in hadden gereden omdat dat voor joden verboden was). Het probleem in Westerbork, waar het al zo vol was, dat 3300 mensen in één keer niet konden worden opgevangen en dus de noodzaak van verder transport zonneklaar maakte. De dagenlange treinreis in de kale treinwagon met 62 mensen en één baby in een kinderwagen met slechts één ton water voor allen en gelukkig ook voor ieder een brood van 800 gr. bij vertrek uit Westerbork. Belangrijk feit in de getuigenis is dat Jules verklaart dat iedereen levend in Sobibor arriveerde – althans in de wagon waarin hij en zijn familieleden zich bevonden. Direct na aankomst werden mannen en vrouwen gescheiden, nadat zij door een haag van trawniki – Oekraïnse bewakers - moesten lopen. Schelvis kan zich niet meer herinneren dat er een moment was van een laatste blik of oogcontact met zijn vrouw.
Hij zag haar en vele familieleden nooit meer terug en hun namen, geboortedata en overlijdensdata leest hij voor bij de start van zijn getuigenis. Hij vertelt hoe hij zelf zorgt toch te belanden bij de groep mannen die voor werk wordt geselecteerd. En hoe zijn zwerftocht langs vele werkkampen verloopt. In de zaal is het ijzig stil. Hoe bedachtzaam en kranig hij alles ook vertelt, bij het beschrijven van gruwelijkheden stokt hij en overmant de emotie hem. Niemand kan zijn tranen bedwingen, noch de Nebenkläger, de advocaten, de perstribune en er zijn stille tranen op de publieke tribune. Even wordt de zitting geschorst. Vele glaasjes water gaan rond, en papieren zakdoekjes worden in handen gedrukt. Een advocaat zit stil met de handen voor zijn ogen.
De zitting wordt hervat. Schelvis staat nu bij een monitor waarop de plattegrond van Sobibor ligt, welke wordt geprojecteerd op de muur. Hij wijst kordaat aan, waar hij is geweest, heeft gelopen en gezeten. Maar ook de route die de anderen zijn gegaan. Van het perron naar de barak om alle bezittingen af te geven, de plek waar men zich ontkleden moest en de route naar de gaskamers. Voor de vrouwen nog een korte omweg naar een barak waar het haar geschoren werd.
Vooral deze uitleg is een film zonder beelden, maar nog nooit zo exact en concreet in beelden neergezet. We zien hoe onze familie deze weg liep. Dit vergeet niemand meer.
Demjanjuk, die de hele dag stil op zijn bed ligt, zien wij de pet naar achteren schuiven als Schelvis met zijn pen de route aanwijst. Demjanjuk kijkt mee. Hij is nieuwsgierig.
Tot slot beantwoordt Jules nog een aantal vragen over details betreffende het transport en de bejegening van de bewakers. Demjanjuk heeft zijn pet weer naar beneden getrokken.
De rechter dankt Jules voor zijn getuigenis en wenst hem nog een lang leven.
Jules loopt naar zijn stoel terug en lijkt voor alle aanwezigen deze middag in lengte te zijn gegroeid.

Iedereen is aangeslagen, er wordt veel gedeeld via een kus, een arm om de schouder, een hand wordt gepakt. Er zijn geen woorden nodig. Ook de Nederlandse consul, die twee dagen aanwezig was (vandaag ook met zijn vrouw) is stil. De medewerkers van de rechtbank zijn evenzeer aangeslagen en worden in de armen genomen. De tranen stromen over het gezicht van de tolk, die Jules ondersteunde. Nu mag het.

We zijn ook heel erg opgelucht, dat iedereen aan het woord is geweest en wij niet behoeven terug te komen in januari. De rechter heeft de regie strak in de hand.

In het nagesprek wordt juridische informatie gegeven en vastgesteld, dat het voor de Nebenkläger – hoe zwaar ook – niet beter had kunnen verlopen. De uitspraak maakt dan ook nu in feite niet meer uit. Natuurlijk is het spannend waar de verdediging nog mee gaat komen.
Maar wij hebben gezegd wat er gezegd moest worden. Zoals iemand het verwoordde: het meest bijzondere was, dat we zulke intieme dingen hoorden van elkaar en dat dat juist plaatsvond in de grootste openbaarheid van een rechtszitting.

De volgende keer is het woord eerst aan de getuigen deskundigen, de historici. 

Door: Ella Oesterman (JMW)

Net nadat de zitting vandaag is gestart, komt de laatste Nebenkläger – door weersomstandigheden vertraagd - de rechtszaal binnenlopen. Het is toch gelukt !
De advocaat van de aangeklaagde, Dr. Busch, opent met opnieuw zijn bezwaren tegen dit proces, m.n. gericht tegen de interne procesorde. Het is een herhaling van zetten betoogt ‘onze’ advocaat, die de leiding heeft, prof. Nestler. De rechtbank legt de bezwaren naast zich neer en roept de laatste twee getuigen, die ingetogen hun trieste relaas doen.
Prof. Nestler zet nogmaals uiteen waarom de Nebenkläger een stem hebben in dit proces en even is er weer een schermutseling tussen hem en Busch over het waarheidsgehalte van de getuigenissen, m.n. over de vraag of de getuigen werkelijk degenen zijn, die zij zeggen te zijn. Het optreden van Busch is nogal grof en daarmee opvallend, menen de juristen onder ons.

Dan is het woord aan de belangrijkste getuige Jules Schelvis. De rechter is zoals steeds zeer respectvol en nodigt hem uit te vertellen, beginnend bij de razzia in Amsterdam, waar de hele familie werd opgepakt en naar Westerbork werd getransporteerd. Schelvis vertelt in het duits wat er feitelijk gebeurd is. Hoe de hele buurt werd afgezet en ongeveeer 3300 mensen in één keer werden opgepakt en met de tram naar het station werden gebracht (de tram waar zij al tijden niet in hadden gereden omdat dat voor joden verboden was). Het probleem in Westerbork, waar het al zo vol was, dat 3300 mensen in één keer niet konden worden opgevangen en dus de noodzaak van verder transport zonneklaar maakte. De dagenlange treinreis in de kale treinwagon met 62 mensen en één baby in een kinderwagen met slechts één ton water voor allen en gelukkig ook voor ieder een brood van 800 gr. bij vertrek uit Westerbork. Belangrijk feit in de getuigenis is dat Jules verklaart dat iedereen levend in Sobibor arriveerde – althans in de wagon waarin hij en zijn familieleden zich bevonden. Direct na aankomst werden mannen en vrouwen gescheiden, nadat zij door een haag van trawniki – Oekraïnse bewakers - moesten lopen. Schelvis kan zich niet meer herinneren dat er een moment was van een laatste blik of oogcontact met zijn vrouw.
Hij zag haar en vele familieleden nooit meer terug en hun namen, geboortedata en overlijdensdata leest hij voor bij de start van zijn getuigenis. Hij vertelt hoe hij zelf zorgt toch te belanden bij de groep mannen die voor werk wordt geselecteerd. En hoe zijn zwerftocht langs vele werkkampen verloopt. In de zaal is het ijzig stil. Hoe bedachtzaam en kranig hij alles ook vertelt, bij het beschrijven van gruwelijkheden stokt hij en overmant de emotie hem. Niemand kan zijn tranen bedwingen, noch de Nebenkläger, de advocaten, de perstribune en er zijn stille tranen op de publieke tribune. Even wordt de zitting geschorst. Vele glaasjes water gaan rond, en papieren zakdoekjes worden in handen gedrukt. Een advocaat zit stil met de handen voor zijn ogen.
De zitting wordt hervat. Schelvis staat nu bij een monitor waarop de plattegrond van Sobibor ligt, welke wordt geprojecteerd op de muur. Hij wijst kordaat aan, waar hij is geweest, heeft gelopen en gezeten. Maar ook de route die de anderen zijn gegaan. Van het perron naar de barak om alle bezittingen af te geven, de plek waar men zich ontkleden moest en de route naar de gaskamers. Voor de vrouwen nog een korte omweg naar een barak waar het haar geschoren werd.
Vooral deze uitleg is een film zonder beelden, maar nog nooit zo exact en concreet in beelden neergezet. We zien hoe onze familie deze weg liep. Dit vergeet niemand meer.
Demjanjuk, die de hele dag stil op zijn bed ligt, zien wij de pet naar achteren schuiven als Schelvis met zijn pen de route aanwijst. Demjanjuk kijkt mee. Hij is nieuwsgierig.
Tot slot beantwoordt Jules nog een aantal vragen over details betreffende het transport en de bejegening van de bewakers. Demjanjuk heeft zijn pet weer naar beneden getrokken.
De rechter dankt Jules voor zijn getuigenis en wenst hem nog een lang leven.
Jules loopt naar zijn stoel terug en lijkt voor alle aanwezigen deze middag in lengte te zijn gegroeid.

Iedereen is aangeslagen, er wordt veel gedeeld via een kus, een arm om de schouder, een hand wordt gepakt. Er zijn geen woorden nodig. Ook de Nederlandse consul, die twee dagen aanwezig was (vandaag ook met zijn vrouw) is stil. De medewerkers van de rechtbank zijn evenzeer aangeslagen en worden in de armen genomen. De tranen stromen over het gezicht van de tolk, die Jules ondersteunde. Nu mag het.

We zijn ook heel erg opgelucht, dat iedereen aan het woord is geweest en wij niet behoeven terug te komen in januari. De rechter heeft de regie strak in de hand.

In het nagesprek wordt juridische informatie gegeven en vastgesteld, dat het voor de Nebenkläger – hoe zwaar ook – niet beter had kunnen verlopen. De uitspraak maakt dan ook nu in feite niet meer uit. Natuurlijk is het spannend waar de verdediging nog mee gaat komen.
Maar wij hebben gezegd wat er gezegd moest worden. Zoals iemand het verwoordde: het meest bijzondere was, dat we zulke intieme dingen hoorden van elkaar en dat dat juist plaatsvond in de grootste openbaarheid van een rechtszitting.

De volgende keer is het woord eerst aan de getuigen deskundigen, de historici. 

AfdrukkenAfdrukken  

Maandag 21 december 2009

 
Door: Ellen van der Spiegel Cohen

Vandaag, net als bijna iedereen van onze groep, de kans gekregen om mijn “getuigenis” af te leggen. Ik vertel hoe ik via het studentenverzet bij het echtpaar Van der Spiegel terechtkwam. Hoe er na de oorlog een strijd om mij werd gevoerd door mijn onderduikouders en de twee zusters van mijn moeder, die de oorlog overleefd hadden. Zij wilden mij ook in hun gezinnen opnemen. Ik vertelde ook hoe ik door een Kerst- /Chanoekacadeautje achter mijn eigen naam en het lot van mijn ouders ben gekomen.

Mijn onderduikverhaal
Ik ben als baby gered door een zekere Simon Luitse die mij bij een kinderloos echtpaar liet onderduiken. Mijn verhaal is in een boekje beschreven. Het boek gaat over Simon Luitse, een student die in het verzet zat, en zo Joodse kinderen liet onderduiken. Een van zijn medewerksters vertelt in het boek: "Het is niet bekend hoeveel kinderen Simon heeft weten te redden. Een van de kinderen is een zekere Elsje. Wie met dit kind op de proppen kwam, kan ik me niet meer herinneren. Op de dag dat de baby opgehaald moest worden, kreeg ik een telefoontje dat ik "de boodschap niet moest doen." Dat betekende dat er gevaar dreigde, en dat we de baby aan niemand moesten meegeven."
Ik vertel de rechter, dat als die waarschuwing niet op tijd was gekomen, ik nu niet in de rechtszaal mijn verhaal zou zitten te vertellen!

Het Chanoeka- / Kerst-cadeautje
Ik heet Ellen van der Spiegel, maar ik word Elly genoemd. Ik woon in Rotterdam. Ik ben zes jaar, het is winter. Overal ligt sneeuw en het is erg koud. Wij hebben een kerstboom en dat is heel bijzonder, want het is oorlog geweest. Ik sta voor het raam en kijk naar buiten. Het is een tijd van cadeautjes. Ik zie de postbode onze portiek binnengaan met een pakje in zijn handen. Hij komt de trappen op en ik ren naar de deur. Ik heb al opengedaan voordat hij aan kan bellen. "Woont hier Elsje Cohen?" vraagt hij. Ik ben ontzettend teleurgesteld, want ik heet Elly van der Spiegel. "Nee, die woont hier niet", zeg ik. Dan komt mama naar de deur. Hij vraagt het nog een keer. "Woont hier Elsje Cohen?"
"Ja", zegt ze, "geeft u het pakje maar". We gaan met het pakje bij de kerstboom zitten. "Hier", zegt ze, "het is voor jou, jij heet eigenlijk Elsje Cohen. Wij zijn niet jouw echte mama en papa. Die zijn door de Duitsers ver weg gestuurd en omdat jij nog zo klein was, waren ze bang dat jij onderweg zou sterven". Ze heeft tranen in haar ogen. Ik ben opeens niet meer blij met het cadeautje. Het cadeautje kwam van LeEzrath HaJeled, de Joodse vereniging voor Kinderbescherming.

De strijd om het joodse kind
Mijn onderduikouders waren Christelijk, en bij hen ben ik later gebleven. Twee zusters van mijn eigen moeder hebben de oorlog overleefd, en zij wilden mij ook graag in hun gezinnen opnemen. Zij gingen met mijn onderduikouders een strijd aan wie mij mocht opvoeden. De rechter besliste dat ik bij mijn onderduikouders zou blijven, maar dat ik wel voor een deel Joods opgevoed moest worden. Zo ging ik op zaterdag naar de Joodse les voor kinderen in de sjoel (synagoge). Ik herinner me dat de rabbijn zijn handen vouwde en zei "zo bidden de Christenen, en dat is fout." En ik dacht: laat hij alsjeblieft niet weten dat wij thuis zo bidden."
Op zondag moest ik naar de kerk voor kinderen, naar zondagsschool. Daar zei de dominee "De Joden hebben Jezus gekruisigd." Ik herinner me dat ik toen heel bang was en dacht:"laten ze alsjeblieft niet weten dat ik eigenlijk een Joods kind ben."Ik wist al heel jong wat er met Joden kon gebeuren. Zo werd ik een onzeker, angstig kind. Ik hoorde voor mijn gevoel nergens bij. Een kind tussen twee werelden. Ik deed erg mijn best om mij overal aan te passen, om lief en dankbaar te zijn, om in die onveilige wereld niet op te vallen. Er werd nooit over gepraat, over hoe ik het vond om naar Joodse les én naar zondagsschool te gaan. Ook niet over wat er gebeurd was in de oorlog, over de moord op 6 miljoen joden, over mijn familie. Zo leefde ik met een groot geheim. Over emoties werd in die jaren al helemaal niet gepraat. Ik verzeker de rechter, dat deze situatie bepaald niet gunstig is voor het ontwikkelen van je identiteit.

Ik heb erg opgezien tegen het vertellen van mijn verhaal.
Ik ben vooral bang dat ik zal gaan huilen, hoewel ik ook wel weet dat dat niet erg is.
Maar al pratend voel ik mij steeds bozer worden. Als ik vertel dat mijn ouders nog geen dertig jaar oud zijn geworden. Dat ik hun eerste kind was, dat ik maar één foto heb van mijn moeder en mij. Door die woede voel ik opeens kracht ontstaan. Een kracht, die wij, denk ik, allemaal ervaren, en die ons de moed geeft om mede-aanklager te zijn.


Door: Ella Oesterman (JMW)


Het is werkelijk een wonder dat er vandaag twaalf Nebenkläger in de rechtszaal zitten na de veldslag gisteren op Schiphol, waar vanwege de barre weersomstandigheden vele vluchten uitvielen en de meeste van ons strandden. De laatste arriveerden vanavond en hopelijk morgenochtend vroeg!
Gisterenavond, heel laat dus, was iedereen blij elkaar te zien.
Er werd weinig en slecht geslapen. Vroeg op, want we moeten om 8.15 uur in de rechtbank zijn voor een laatste instructie van de advocaten en om verzekerd te zijn van plaatsen op de publieke tribune. In een flinke sneeuwstorm lopen we erheen.
Heel veel minder pers binnen en buiten. Het proces start maar een kwartiertje te laat. Demjanjuk is er, zit in een rolstoel en kreunt vandaag niet. Vrijwel direct worden de Nebenkläger om de beurt opgeroepen. Sommigen hebben dat wat zij willen zeggen, voorbereid op papier en lezen voor. Anderen beantwoorden de vragen van President Alt. Er zit een vast patroon in de vragen.
Iedereen noemt de namen van de naaste familieleden voor wie hij of zij nu getuigenis aflegt; vertelt vervolgens – voor zover bekend - hoe de deportatie van die geliefden plaatsvond en wat er met hem of haar zelf tijdens de oorlog gebeurde. Tot slot blijkt steeds de belangrijke vraag, wanneer je voor de eerste keer hoorde, dat je ouders, broer of zuster waren vergast in Sobibor.
Het zijn relatief korte getuigenissen. Soms met weinig woorden, maar heel precies in data. Essentiële informatie over achtereenvolgend 10 onderduikadressen of de steeds wisselende onderduiknamen. Andere getuigen vertellen over een gebeurtenis of een laatste moment met de ouder. In de beschrijving van dat moment tot in de kleinste details worden ontroerende beelden in ons geheugen gegrift.
Het zijn jonge mannen van toen, die het verlies nog steeds niet zonder emotie kunnen vertellen. En het zijn ook de kleine jongetjes en meisjes, waarmee gezeuld werd in de oorlog en die de angst voelden, maar aan wie niets werd uitgelegd. Hun leven werd verder bepaald door instanties of pleegouders. Door afwezige ouders of soms door een ouder die wel overleefde, maar nooit meer oog kon hebben voor het kwetsbare kind. Weerloze kinderen. Soms lange tijd ver van de Joodse wereld.
Op de publieke tribune is er heel veel emotie. Vrouwen ondersteunen en troosten elkaar. De advocaat van de Demjanjuk tracht een getuige in de mond te leggen dat in Westerbork ook Joodse politie huishield. Het antwoord van de getuige is glashelder:
er was geen politie, maar slechts een Joodse ordedienst in Westerbork en het was geen concentratiekamp, maar een doorgangskamp.
Het einde van de ochtendzitting komt onverwacht tijdens de start van een getuigenis, omdat het te zwaar wordt voor de aangeklaagde. De getuige die dit overkomt is woedend en voelt zich nu ook beroerd.
Na de lunch wordt een heus bed in elkaar gezet en tijdens de middagzitting ligt Demjanjuk op bed. Er wordt nauwelijks aandacht aan hem besteed.
In de middag wordt de gestaakte getuigenis alsnog afgelegd en ook twee laatkomers (door een enorm vertraagde reis) leggen mooie getuigenissen af.
De zitting eindigt met het voorlezen van een verklaring van de rechtbank door president Alt op de bezwaren van de advocaat van de aangeklaagde, zoals o.a. onbevoegdheid en onontvankelijkheid van de rechtbank. De rechtbank verwerpt de bezwaren.

In het nagesprek met elkaar in het hotel komt de spanning los. Men is tevreden over de getuigenissen, maar het was heel emotioneel. Men is ook heel erg opgelucht, dat het nu achter de rug is. De partners zijn ongelooflijk trots op ‘hun’ moedige wederhelften, die vandaag echt iets hebben kunnen doen voor hun omgebrachte naasten.
De avond is verder vrij, maar de meesten schuiven aan aan een lange dinertafel in het hotel. Even lekker eten en dan naar bed. Iedereen bestelt een groot dessert en er wordt gesmuld.
Door: Ellen van der Spiegel Cohen

Vandaag, net als bijna iedereen van onze groep, de kans gekregen om mijn “getuigenis” af te leggen. Ik vertel hoe ik via het studentenverzet bij het echtpaar Van der Spiegel terechtkwam. Hoe er na de oorlog een strijd om mij werd gevoerd door mijn onderduikouders en de twee zusters van mijn moeder, die de oorlog overleefd hadden. Zij wilden mij ook in hun gezinnen opnemen. Ik vertelde ook hoe ik door een Kerst- /Chanoekacadeautje achter mijn eigen naam en het lot van mijn ouders ben gekomen.

Mijn onderduikverhaal
Ik ben als baby gered door een zekere Simon Luitse die mij bij een kinderloos echtpaar liet onderduiken. Mijn verhaal is in een boekje beschreven. Het boek gaat over Simon Luitse, een student die in het verzet zat, en zo Joodse kinderen liet onderduiken. Een van zijn medewerksters vertelt in het boek: "Het is niet bekend hoeveel kinderen Simon heeft weten te redden. Een van de kinderen is een zekere Elsje. Wie met dit kind op de proppen kwam, kan ik me niet meer herinneren. Op de dag dat de baby opgehaald moest worden, kreeg ik een telefoontje dat ik "de boodschap niet moest doen." Dat betekende dat er gevaar dreigde, en dat we de baby aan niemand moesten meegeven."
Ik vertel de rechter, dat als die waarschuwing niet op tijd was gekomen, ik nu niet in de rechtszaal mijn verhaal zou zitten te vertellen!

Het Chanoeka- / Kerst-cadeautje
Ik heet Ellen van der Spiegel, maar ik word Elly genoemd. Ik woon in Rotterdam. Ik ben zes jaar, het is winter. Overal ligt sneeuw en het is erg koud. Wij hebben een kerstboom en dat is heel bijzonder, want het is oorlog geweest. Ik sta voor het raam en kijk naar buiten. Het is een tijd van cadeautjes. Ik zie de postbode onze portiek binnengaan met een pakje in zijn handen. Hij komt de trappen op en ik ren naar de deur. Ik heb al opengedaan voordat hij aan kan bellen. "Woont hier Elsje Cohen?" vraagt hij. Ik ben ontzettend teleurgesteld, want ik heet Elly van der Spiegel. "Nee, die woont hier niet", zeg ik. Dan komt mama naar de deur. Hij vraagt het nog een keer. "Woont hier Elsje Cohen?"
"Ja", zegt ze, "geeft u het pakje maar". We gaan met het pakje bij de kerstboom zitten. "Hier", zegt ze, "het is voor jou, jij heet eigenlijk Elsje Cohen. Wij zijn niet jouw echte mama en papa. Die zijn door de Duitsers ver weg gestuurd en omdat jij nog zo klein was, waren ze bang dat jij onderweg zou sterven". Ze heeft tranen in haar ogen. Ik ben opeens niet meer blij met het cadeautje. Het cadeautje kwam van LeEzrath HaJeled, de Joodse vereniging voor Kinderbescherming.

De strijd om het joodse kind
Mijn onderduikouders waren Christelijk, en bij hen ben ik later gebleven. Twee zusters van mijn eigen moeder hebben de oorlog overleefd, en zij wilden mij ook graag in hun gezinnen opnemen. Zij gingen met mijn onderduikouders een strijd aan wie mij mocht opvoeden. De rechter besliste dat ik bij mijn onderduikouders zou blijven, maar dat ik wel voor een deel Joods opgevoed moest worden. Zo ging ik op zaterdag naar de Joodse les voor kinderen in de sjoel (synagoge). Ik herinner me dat de rabbijn zijn handen vouwde en zei "zo bidden de Christenen, en dat is fout." En ik dacht: laat hij alsjeblieft niet weten dat wij thuis zo bidden."
Op zondag moest ik naar de kerk voor kinderen, naar zondagsschool. Daar zei de dominee "De Joden hebben Jezus gekruisigd." Ik herinner me dat ik toen heel bang was en dacht:"laten ze alsjeblieft niet weten dat ik eigenlijk een Joods kind ben."Ik wist al heel jong wat er met Joden kon gebeuren. Zo werd ik een onzeker, angstig kind. Ik hoorde voor mijn gevoel nergens bij. Een kind tussen twee werelden. Ik deed erg mijn best om mij overal aan te passen, om lief en dankbaar te zijn, om in die onveilige wereld niet op te vallen. Er werd nooit over gepraat, over hoe ik het vond om naar Joodse les én naar zondagsschool te gaan. Ook niet over wat er gebeurd was in de oorlog, over de moord op 6 miljoen joden, over mijn familie. Zo leefde ik met een groot geheim. Over emoties werd in die jaren al helemaal niet gepraat. Ik verzeker de rechter, dat deze situatie bepaald niet gunstig is voor het ontwikkelen van je identiteit.

Ik heb erg opgezien tegen het vertellen van mijn verhaal.
Ik ben vooral bang dat ik zal gaan huilen, hoewel ik ook wel weet dat dat niet erg is.
Maar al pratend voel ik mij steeds bozer worden. Als ik vertel dat mijn ouders nog geen dertig jaar oud zijn geworden. Dat ik hun eerste kind was, dat ik maar één foto heb van mijn moeder en mij. Door die woede voel ik opeens kracht ontstaan. Een kracht, die wij, denk ik, allemaal ervaren, en die ons de moed geeft om mede-aanklager te zijn.


Door: Ella Oesterman (JMW)


Het is werkelijk een wonder dat er vandaag twaalf Nebenkläger in de rechtszaal zitten na de veldslag gisteren op Schiphol, waar vanwege de barre weersomstandigheden vele vluchten uitvielen en de meeste van ons strandden. De laatste arriveerden vanavond en hopelijk morgenochtend vroeg!
Gisterenavond, heel laat dus, was iedereen blij elkaar te zien.
Er werd weinig en slecht geslapen. Vroeg op, want we moeten om 8.15 uur in de rechtbank zijn voor een laatste instructie van de advocaten en om verzekerd te zijn van plaatsen op de publieke tribune. In een flinke sneeuwstorm lopen we erheen.
Heel veel minder pers binnen en buiten. Het proces start maar een kwartiertje te laat. Demjanjuk is er, zit in een rolstoel en kreunt vandaag niet. Vrijwel direct worden de Nebenkläger om de beurt opgeroepen. Sommigen hebben dat wat zij willen zeggen, voorbereid op papier en lezen voor. Anderen beantwoorden de vragen van President Alt. Er zit een vast patroon in de vragen.
Iedereen noemt de namen van de naaste familieleden voor wie hij of zij nu getuigenis aflegt; vertelt vervolgens – voor zover bekend - hoe de deportatie van die geliefden plaatsvond en wat er met hem of haar zelf tijdens de oorlog gebeurde. Tot slot blijkt steeds de belangrijke vraag, wanneer je voor de eerste keer hoorde, dat je ouders, broer of zuster waren vergast in Sobibor.
Het zijn relatief korte getuigenissen. Soms met weinig woorden, maar heel precies in data. Essentiële informatie over achtereenvolgend 10 onderduikadressen of de steeds wisselende onderduiknamen. Andere getuigen vertellen over een gebeurtenis of een laatste moment met de ouder. In de beschrijving van dat moment tot in de kleinste details worden ontroerende beelden in ons geheugen gegrift.
Het zijn jonge mannen van toen, die het verlies nog steeds niet zonder emotie kunnen vertellen. En het zijn ook de kleine jongetjes en meisjes, waarmee gezeuld werd in de oorlog en die de angst voelden, maar aan wie niets werd uitgelegd. Hun leven werd verder bepaald door instanties of pleegouders. Door afwezige ouders of soms door een ouder die wel overleefde, maar nooit meer oog kon hebben voor het kwetsbare kind. Weerloze kinderen. Soms lange tijd ver van de Joodse wereld.
Op de publieke tribune is er heel veel emotie. Vrouwen ondersteunen en troosten elkaar. De advocaat van de Demjanjuk tracht een getuige in de mond te leggen dat in Westerbork ook Joodse politie huishield. Het antwoord van de getuige is glashelder:
er was geen politie, maar slechts een Joodse ordedienst in Westerbork en het was geen concentratiekamp, maar een doorgangskamp.
Het einde van de ochtendzitting komt onverwacht tijdens de start van een getuigenis, omdat het te zwaar wordt voor de aangeklaagde. De getuige die dit overkomt is woedend en voelt zich nu ook beroerd.
Na de lunch wordt een heus bed in elkaar gezet en tijdens de middagzitting ligt Demjanjuk op bed. Er wordt nauwelijks aandacht aan hem besteed.
In de middag wordt de gestaakte getuigenis alsnog afgelegd en ook twee laatkomers (door een enorm vertraagde reis) leggen mooie getuigenissen af.
De zitting eindigt met het voorlezen van een verklaring van de rechtbank door president Alt op de bezwaren van de advocaat van de aangeklaagde, zoals o.a. onbevoegdheid en onontvankelijkheid van de rechtbank. De rechtbank verwerpt de bezwaren.

In het nagesprek met elkaar in het hotel komt de spanning los. Men is tevreden over de getuigenissen, maar het was heel emotioneel. Men is ook heel erg opgelucht, dat het nu achter de rug is. De partners zijn ongelooflijk trots op ‘hun’ moedige wederhelften, die vandaag echt iets hebben kunnen doen voor hun omgebrachte naasten.
De avond is verder vrij, maar de meesten schuiven aan aan een lange dinertafel in het hotel. Even lekker eten en dan naar bed. Iedereen bestelt een groot dessert en er wordt gesmuld.
AfdrukkenAfdrukken  

Zondag 20 december 2009

 
Door: Ellen van der Spiegel Cohen

Vandaag weer op pad gegaan naar München. Het wordt door de sneeuwval een barre tocht. Ik begin mijn treinreis in Sittard, maar de trein is nog maar een paar seconden buiten het perron of hij staat al weer stil, en de conducteur deelt mee dat er in de trein geen beweging meer te krijgen is. We moeten door de wagons zoveel mogelijk teruglopen naar het perron en er blijft nog een behoorlijk stuk over om door de sneeuw te waden. Dan is het wachten op een nieuwe trein, die niet verder gaat dan Eindhoven. En omdat de rails naar Den Bosch versperd zijn, is de enige mogelijkheid om via Rotterdam te reizen.
Het is koud en overvol op de perrons. Het is een buitengewoon oncomfortabele reis, maar ik moet er steeds aan denken hoe luxueus dit alles is in vergelijking met de laatste reis die mijn ouders en grootouders hebben gemaakt, en hoeveel zij er voor over zouden hebben gehad om hun bestemming te verruilen voor de mijne.

Via de mail hebben we van onze advocaat suggesties ontvangen om onze “getuigenis” in de rechtszaal voor te bereiden. Hij denkt dat het hof vragen zal stellen als:
  • Hoe werd je gescheiden van je ouders
  • Wat gebeurde er met je aan het eind van de oorlog
  • Hoe kwam je erachter wat er met je familie was gebeurd?

Ik heb alle tijd tijdens de meer dan tien uur durende reis (en dan ben ik nog pas op Schiphol) om deze vragen voor te bereiden.
AfdrukkenAfdrukken  

Woensdag 2 december 2009

 
Door: Rob Fransman 4 december 2009

Niet zonder jas naar Buiten

De koorts van Demjanjuk kwam niet onverwachts. Vanuit het zaaltje waarin we bij elkaar komen voordat de zitting begint kun je de parkeerplaats van de ambulance waarin D. wordt vervoerd zien. Woensdag stond de auto er niet. Dat gaf ons al bange vermoedens en inderdaad was Demjanjuk ziek. Heel ziek, hij had maar liefst 37,5 graden koorts. Met 37 graden was de zitting doorgegaan, met 37,5 niet. Simuleerde Demjanjuk? Waarschijnlijk wel, weten kunnen we het niet. Wij vinden dat het niets uitmaakt of D. nu in zijn cel of in de rechtszaal weigert aan de rechtszaak deel te nemen. Maar onze eigen dokter Roos en onze eigen advocaat Manuel Blogg legden uit dat de rechter echt niets ander kon doen dan de zitting te verdagen. Het is helaas zo dat de gevangenisdokter en de dokter in zaal de dienst uitmaken. In wezen bepaalt de zwijgende klomp vlees op de brancard het tempo van het proces. Er is op de hele wereld niemand die een betere medische verzorging krijgt dan Demjanjuk. We maakten het grapje dat een van zijn doktoren hem toch eens moest uitleggen dat het niet gezond is om in een warme zaal over je leren jack nog eens een deken te leggen. Logisch dat hij kou vat als hij buiten loopt. Enfin, het is ironisch, het is vervelend en er is niets aan te doen. Toch geloven onze advocaten niet dat Demjanjuk en zijn verdedigers de zaak eindeloos vertragen kunnen. De arts die D. tijdens de zitting scherp in de gaten houdt heeft verschillende malen verklaard dat D. relatief gezond is. Hij vertelde de rechtbank dinsdag nog dat in de gevangenis D. wel zeer goed aanspreekbaar is en regelmatig zijn kwaaltjes aan de dokter opsomt. Wat ons razend maakt is de tactiek van zijn advocaat die hem op die brancard de levende dode laat spelen.

Bush und Maul

Over de teleurstelling dat de woensdag ons werd ontnomen waren we vrij snel heen. Dat kwam niet in het minst door onze advocaten die in de nabespreking ons een enorm hart onder de riem staken. Professor doktor Cornelius Nestler is de leider van ons advocatenteam. Op zijn geestige manier vertelde hij ons dat we absoluut niet ontevreden kunnen zijn. Wij met onze lekenkennis vinden het tempo misschien te laag maar we zijn veel verder dan de vakmensen hadden kunnen dromen. De aanklacht is voorgelezen en geaccepteerd en de eerste getuigen zijn gehoord. Dat is een veel beter resultaat dan dat Nestler zelfs na drie volle dagen had verwacht. Bovendien handelt de rechter zeer verstandig door niet te eisen dat Demjanjuk zijn petje afzet en in een stoel zit. Het zou alleen maar tot meer protesten van de verdediging leiden en dus tot meer vertraging. Bovendien begrijpt de Duitse pers heel goed dat Demjanjuk´s bespottelijke ligplaats en al dit gezucht en gesteun puur effectbejag is. Wij hadden ons geen betere verdediging voor Demjanjuk kunnen wensen dan Busch. Ook Duitse journalisten zijn verbaasd over de onprofessionele manier waarop hij zijn statements maakt en zijn botte gedrag. Ik zit vlak achter die twee advocaten en kan goed zien dat zijn stille collega Günther Maul (what is in a name) het lang niet altijd met hem eens is. Als Busch weer eens opstaat om iets te behaupten zie ik Maul af en toe zijn hoofd schudden. Zijn dikke nek wordt dan steeds roder, dat steekt mooi af boven die zwarte toga. Het is een lekker stel die twee.

Duitse pers

Natuurlijk weet ik niet wat de hele Duitse pers schrijft maar in de zes kranten die ik vluchtig las kwam ik niet één negatieve mening over de zin van het proces en onze rol daarin tegen. Integendeel! Een serieuze krant als de SDZ schreef in een hoofdartikel dat de leeftijd van D. absoluut geen belemmering mocht zijn, dat moord niet verjaart en dat dit proces een uitgelezen kans was om de bizar lankmoedige rechtspleging uit het verleden een beetje goed te maken.‘Deutschland bracht diesen Prozess!’ las ik een krantenkop. Ook in een sensatiekrantje als de Tageszeitung zag ik alleen maar positieve berichten over de zaak en de Nebenklägers. Dat komt natuurlijk ook omdat ze een foto van mij op de voorpagina hadden geplaatst. Dat geeft zelfs een krant als de TZ cachet. Maar dat terzijde.

Toegevoegde Waarde


Niet alleen de peptalk van Nestler hielp ons snel over onze teleurstelling heen. De fantastische manier waarop het personeel van de rechtbank ons bejegende was hartverwarmend. Zij konden niet helpen dat het begin zo chaotisch was omdat niemand in München rekening had gehouden met de gigantische belangstelling van de pers. Maar eenmaal in het gebouw deed iedereen - van hoog tot laag - meer dan zijn best om het ons naar de zin te maken. En vooral, de mensen waren zo vriendelijk. Een voorbeeld: in de ruimte die voor ons was gereserveerd opdat we ongestoord bij elkaar konden komen stonden altijd kannen met koffie, schalen met koekjes en flessen mineraalwater. We namen aan dat dat vanzelfsprekend was. Dat was het niet. Gelukkig kwamen we er net op tijd achter dat de ons begeleidende politiedames dat uit eigen zak hadden betaald. In slechts twee dagen zijn Frau Evi Hahn en Frau Gisela Schulz vriendinnen van ons geworden. Echt waar. Tijdens de zitting zaten er steeds twee bewapende politieagenten in de buurt van de brancard. Flinke jongens zo te zien. Ik zat twee stoelen verder. Toen woensdag de zaak niet doorging kon ik met een van hen even spreken. Ik vroeg hem wat hij nou vond van dat hele gebeuren. ‘Ik heb in die twee dagen meer geleerd dan in mijn hele schooltijd,’ antwoordde hij. Ik bedacht dat zijn antwoord de toegevoegde waarde van dit proces heel goed aangaf.

Goed, tot zover. Op 21 december gaan we door en vliegen we weer naar München. Geloof me, het is geen feestje daar. Toch, ik schreef het al eerder, doet het me goed dat ik er aan ben begonnen en ik ga het ook afmaken. Ook als dat betekent dat ik in de komende tijd nog wel een paar keer naar München zal moeten afreizen. Ik houd u op de hoogte.

Door: Ella Oesterman (JMW)

Veel mensen hebben slecht geslapen. Het is spannend: vandaag mogen zij getuigen. Eindeloos antwoorden gerepeteerd in het hoofd. Mentale voorbereiding.
Voordat wij de rechtszaal ingaan worden ‘mevrouw paarse trui’ en haar collega, Evi en Gisela, door ons bedankt met enige attenties. Hun tranen vloeien en het blijkt dat de vrouwen diep geëmotioneerd zijn door onze groep en onze missie. Het Duitse schuldgevoel van de jonge generatie zit diep. Daarom krijgen wij alle zorg, veel koffie en kunnen zij het niet opbrengen ons te fouilleren.

Na enig gedrentel in de rechtszaal en op de publieke tribune verspreidt zich het bericht dat Demjanjuk niet komt. Hij is ziek. De zitting begint en de president informeert uitvoerig over de temperatuur van de aangeklaagde: 37.5 graden na medicatie een uur daarvoor (dus een geflatteerde temperatuur en dat al ’s ochtends vroeg) en de artsen willen verslechtering vermijden. Omdat in Duitsland de beklaagde aanwezig moet zijn, wordt de zitting verdaagd tot de eerstvolgende procesdag 21 december.
De rechtbank verontschuldigt zich naar de Nebenkläger en zegt toe dat met de nog op te roepen getuigen een afspraak wordt gemaakt via de advocaten.
De klap van dit bericht en de ijzige impact ervan voor de getuigenissen ligt als een verstikkende deken in de zaal. Alle Nebenkläger houden zich flink, maar de kleur is verdwenen uit de gezichten. Men is verslagen.
De advocaten hebben het druk, veel overleg. De pers stort zich – daar waar ze niet door ons wordt tegengehouden – met geweld op de Nebenkläger.
We belanden uiteindelijk toch allemaal in onze eigen zaal (waar we kunnen verpozen), waar iedereen door Evi en Gisela wordt vertroeteld.
De advocaten leggen uit wat de strategie van de rechter is, onze dokter licht toe waarom dit besluit over de medische toestand van Demjanjuk terecht is en er wordt afgesproken om zo snel mogelijk afspraken te maken over de tijd waarop de getuigenissen toch afgenomen kunnen worden. De groep gedraagt zich waardig.

Een Duitse Nebenkläger, overlevende van Sobibor, die zich elke dag zo warmt aan onze groep, wordt uitgenodigd mee te gaan naar het hotel.
Daar worden de mogelijke scenario’s geschetst en de praktische en financiële consequenties van terugkomen besproken.
Daarna wordt – zoals inmiddels gebruikelijk – met de hele groep nagepraat onder leiding van de maatschappelijk werkers. De frustratie wordt gelucht en er wordt balans opgemaakt van deze drie dagen. Wij voelen en vinden dat er een grote stap is gezet in (in feite maar) twee dagen. Diegenen, die zich niet zozeer thuis voelden in de groep, spreken uit dat ze zich bijzonder gesterkt voelen door dit samen en doelgericht met elkaar te hebben gedaan. Ook volgende zittingen wil men alleen met elkaar aangaan. De Nebenkläger uit Israël, V.S. en Duitsland hopen zich hierbij aan te kunnen sluiten. De ondersteuning van de begeleiding wordt hoog gewaardeerd.

Er worden bijzondere dingen gezegd:
  • Ik ben de stem van mijn vader geweest in de rechtszaal; mijn vermoorde vader kreeg weer een stem.
  • Hoe zieliger het beeld wordt van Demjanjuk (en het is afschuwelijk om hem te zien liggen), des te sterker ik me voel. Waar ik eerst erg twijfelde om te getuigen, weet ik nu heel zeker dat wanneer het ook is: ik kom en ik zal het doen.
  • De aandacht van het proces is van Demjanjuk verlegd naar ons. Niemand hoort hem, wij gaan in onze interviews de hele wereld over. Wij – de stem van Sobibor.
  • Ik heb nooit kaddish gezegd voor mijn ouders. Ik kon het domweg niet: mijn vermoorde ouders ermee verbinden. Door het voorlezen in de rechtszaal van de transportlijsten vanuit Sobibor en het noemen van al onze dierbaren, voelde ik dat als kaddish voor mijn ouders. Ik was daarbij, en er is eindelijk voor hen kaddish gezegd.
Tot slot zegt een begeleidend familielid – na-oorlogs – dat hij deze dagen met elkaar in grote eensgezindheid en verbondenheid, heeft ervaren als een levend monument.

Het was een prachtige afsluiting.
Wij zijn de eerste avond begonnen met kaddish te zeggen voor alle vermoorde familieleden en wij hebben onszelf in enkele dagen gemaakt tot een levend monument, een levende herinnering.

De middag wordt verder in de stad doorgebracht, in het joods museum, wandelend op de Kerstmarkt met een glas gluhwein in de hand, en een diner in een plaatselijk restaurant of in het hotel.
Met alle emotie nog – goed gecamoufleerd - in de buik en de bibberbenen, wordt er ingecheckt, nog een glaasje gedronken en al zoenend afscheid genomen van de eersten die vertrekken.
Tot volgende week: napraten met elkaar bij JMW.
AfdrukkenAfdrukken  

Dinsdag 1 december 2009

 

Door: Ellen van der Spiegel Cohen
Vandaag was het emotioneel gezien een hele zware dag.
Het begon met de aanklacht tegen Demjanjuk, die ook gruwelijke details over Sobibor bevatte. Je weet het wel, we hadden de aanklacht ook thuis ontvangen, maar het overvalt je altijd weer.
Daarna las de rechter de data van de treinen voor, die uit Westerbork vertrokken naar Sobibor, met name die treinen waarin onze familieleden gedeporteerd werden.
Op het moment dat de namen van mijn ouders werden genoemd, moest ik huilen.
Toch vond ik het ook heel bijzonder dat hun namen en hun geschiedenis, waarover ik vroeger nooit durfde te praten, nu door de hele rechtszaal klonken. Dat zelfde gevoel had ik bij de getuigenissen die vandaag door een aantal van de mede-aanklagers werden afgelegd.
Daarna stelde de rechter vragen, en hij liet een ieder ruimte voor zijn of haar verhaal.
Zo kunnen we de namen noemen van onze familieleden die in Sobibor vergast zijn en hun herinnering tot leven wekken.

Het noemen van de namen deed mij denken aan een gedicht, dat ik in 2007 in Sobibor schreef.
Ik zal het hieronder voegen.

KADDIESJ bij de steenplaatsing
Sobibor 18 april 2007

Hoeveel namen mag je noemen
Hoeveel namen moet je noemen
Hoeveel namen kun je noemen

Hoeveel namen moet je noemen
Stemmen die willen spreken
Gezichten die tot leven willen komen
Al zo vele jaren
met mij meegedragen
In mij verborgen

De angst niet alle namen
Te noemen
Te kennen
Op te roepen

De pijn
Geen van de gezichten
Te kennen

Het verdriet
Alleen
De namen
Te kennen

Hoeveel namen kun je noemen
Door je tranen heen ?

De zon breekt door de wolken
en verlicht de namen
Op mijn steen 


Door: Rob Fransman
Ergens in de aanloop naar dit proces is onze status veranderd. Waren we eerst Nebenkläger, nu zijn we behalve aanklager ook getuige. We kregen dus allemaal een dagvaarding in de bus om ook als getuige aanwezig te zijn. Onze advocaten verzekerden ons dat de ondervraging door de rechter een technische formaliteit was. Tenslotte, wat konden wij, toen kinderen, anders vertellen dan wie we waren en dat we wisten dat onze ouders in Sobibor zijn vermoord? ‘Een bagatel,’ werd ons verteld. ‘Even in de getuigenbank gaan zitten, naam en geboortedatum bevestigen en daarmee was onze taak voorlopig teneinde.' Vreemd genoeg had ik een voorgevoel dat het anders zou lopen. Ik kreeg gelijk, het liep anders. Heel anders zelfs.

De zitting begon weer met een lang betoog van de advocaat van D. Kennelijk is het zijn strategie om zoveel mogelijk tijd van de zitting te stelen. Ik begrijp heel goed dat rechtsanwalt Busch alles uit de kast haalt om zijn cliënt te verdedigen. Wat ik niet begrijp is dat Busch er alles aan doet om ons te provoceren. Gisteren door slachtoffers en daders door elkaar te halen, vandaag door de Sjoa de tweede Holocaust te noemen. In zijn visie is de moord van de Nazi’s op Russische krijgsgevangenen de eerste Holocaust. Natuurlijk, krijgsgevangenen zijn in grote getale vermoord. Maar om die moorden op krijgsgevangen soldaten – hoe vreselijk ook – gelijk te stellen aan de Sjoa is alweer een provocatie. Ik vroeg mijn advocaat wat het doel kan zijn om ons, maar ook de rechters, zo te choqueren ‘Het is een tactiek,’ legde hij me uit en noemde het een typische Schockangrif. Busch hoopt ons zo te provoceren dat wij nu iets zeggen waarvan hij later bij de verdediging gebruik van kan maken. Ik zou niet weten wat dat zou moeten zijn. De details zijn me veel te ingewikkeld, van al dat juridische jargon ontgaat me veel. Waar het op neer komt is dat wij natuurlijk niet exact tot op de minuut en in alle details weten wat zich in het kamp heeft afgespeeld. Daar hoopt de verdediging gebruik van te maken. Misschien heeft D. in Sobibor wel uitsluitend de paden aangeharkt. Zoiets.

Toen Herr Busch eindelijk klaar was gebeurde er iets dat mij de rest van mijn leven bij zal blijven. De rechter somde de namen op van alle in Sobibor vermoordde familieleden van de Nebenklägers. Zonder stemverheffing, bijna emotieloos, met zachte stem las hij:

Isaac Fransman - Geboren in Amsterdam 23 Juli 1898 – Overleden in Sobibor 9 April 1943

Rachel Fransman-van Lochem - Geboren in Amsterdam 7 juli 1900 – Overleden in Sobibor 9 april 1943

Ik hoorde de namen en ik brak. Letterlijk. Kijk, ik ging hier naartoe als een stoer baasje. ‘Ik kan dit wel aan,’ dacht ik. Ik kan het ook aan, zeker, ik heb geen seconde spijt dat ik me heb aangemeld. Maar nogmaals, ik brak. Ik dacht dat ik mijn emotie aardig onder controle hield. Maar de aanwezige verpleegkundige bracht me een glaasje water. Kennelijk was ik niet alleen voor hem maar voor iedereen in de zaal een open boek.

De Sjoa is een begrip met grote getallen. Zes miljoen, drie miljoen slachtoffers in Auschwitz, tweehonderdduizend doden in Sobibor. De rijen getallen zijn eindeloos. Maar in al die jaren zijn nooit – in geen rechtzaal ter wereld – de namen van mijn vader en moeder genoemd. Ik heb heel vaak Kaddisj gezegd. Dat doe je als Joodse man bij nogal wat gelegenheden. Ik heb het nooit specifiek voor mijn ouders gezegd. Vraag me niet waarom ik dat nooit deed. De manier waarop de rechter vanmiddag de namen voorlas was een gebed. Hij zei Kaddisj voor mij. Ausgerechnet een Duitse rechter in de stad München.

Enfin, een glaasje water doet wonderen. Maar het voorlezen van de namen was niet het einde van de dag. Dajenoe, het ware ons genoeg geweest. De getuigen waren aan de beurt. Eén voor één. Vier van ons vertelden hun verhaal. Wie zij waren, hoe oud ze waren aan het einde van de oorlog, wie hen had verteld dat hun ouders niet terug zouden komen, wie hen had opgevangen, of er nog meer familieleden in Sobibor waren omgekomen, of er überhaupt nog familie over was. Ach…. De rechter stelde zijn vragen op een heel beleefde en zachte toon en was buitengewoon vriendelijk. Ook gaf hij de mensen ruim de tijd als de emoties wat te veel werden. En dat werden ze, de emoties. U zult het verhaal van de uit de trein geworpen brief ongetwijfeld in de krant lezen. Ik vertel het hier niet, dit weblog wordt te lang.

De planning was dat vandaag nog meer getuigen aan de beurt zouden komen. Helaas wordt de procesgang bepaald door de gezondheid van Herr. D. die vond dat hij te lang op één kant had gelegen. Zijn dokter bepaalde dat het genoeg was voor vandaag. Morgen zullen de andere getuigen spreken. Ook ik. En ik breek verdomme niet.  


Door: Ella Oesterman (JMW)
Het was een emotioneel zware dag vandaag.
De advocaat van Demjanjuk pleitte voor de onbevoegdheid van de rechtbank (gisteren was dat voor de onontvankelijkheid van de rechtbank).
Nadat dit terzijde werd geschoven, werd de aanklacht voorgelezen door een heel jonge advocaat. Het had een grote emotionele waarde, dat zo’n jonge vent dat deed. Het was relatief kort en voor ons reeds bekende tekst, maar de beschuldigingen, de gruwelijkheden waren aangrijpend. De rechter schorste voor enige tijd.
Er werd stilletjes gehuild en tegelijkertijd door de journalisten weer geïnterviewd, waartegen sommigen echt afgeschermd moesten worden. Glaasjes water gingen rond.
De rechter hervatte de zitting en las vervolgens voor uit de transportlijsten uit Westerbork. Elke lijst werd met datum genoemd, vervolgens de eerste op de lijst, met geboortedatum en overlijdensdatum genoemd, en de geboorteplaats. Idem met de laatste op de lijst en dan werden de namen met de nummers van de familieleden van de Nebenkläger voorgelezen. Rustig, respectvol en bijna monotoon. Als je niet ingespannen luisterde hoorde je: Amsterdam, Amsterdam, Amsterdam, Amsterdam, Groningen, Amsterdam etc.
Schokkend in de monotonie en de omvang.
Het ging lang door.

Ook na de lunchpauze duurde het voort.
Uiteindelijk riep de rechter elke Nebenklager op om zich als getuige te melden.
Vijf van de groep kwamen aan de beurt. Zij namen om de beurt plaats vlak voor de rechters (3 rechters, 2 reserve rechters, 2 lekenrechters), geflankeerd door de vertaalster en de advocaat.
De president vroeg veel meer door dan verwacht. Hij vroeg over de familiesamenstelling en over eigen onderduik. Wat opviel was, dat wij woorden gebruiken, die hier toegelicht moeten worden, die voor ons vanzelfsprekend zijn, zoals ik werd weggebracht (ter onderduik gebracht) na de oorlog opgehaald (de rechter dacht door politie), ik werd als enige niet opgehaald (mijn ouders kwamen niet terug). We gebruiken in (Joods) Nederland termen, die voor anderen geheimtaal zijn.
Eén van hen had de laatste brief van zijn moeder meegenomen (deze was nog in Nederland uit de trein vanuit Westerbork gegooid en thuis bezorgd). De getuige brak en daarmee kon ook niemand de emotie meer bedwingen. De brief werd door alle rechters en advocaten bestudeerd, m.n. de postzegel op authenticiteit.
Demjanjuk begon te kreunen tijdens het horen van de vijfde getuige en de arts meldde dat hij moest stoppen. De zitting werd gesloten.

In het nagesprek was men boos dat Demjanjuk de tijden bepaalt, maar hij was echt óp meldde onze advocaat. Bijzonder was dat de getuigen vertelden dat Demjanjuk, die op twee meter afstand lag tijdens hun relaas, niet meer bestond. Dat is ook de ervaring van de anderen. Er staat een brancard met een bewegingloos lijf, en langzaamaan lijkt hij bijna afwezig te zijn. Al zien wij van de publieke tribune hem soms een kruis slaan of zijn pet nog dieper over de ogen leggen.
Het nagesprek is goed. Men is ontzettend tevreden, want hiervoor zijn we er. We kunnen getuigen en we worden écht gehoord. In een Duitse rechtszaal voor het oog van de wereldpers. En jonge Duitsers in deze rechtbank (rechters en advocaten) maken dit mogelijk.
Het is zwaar, maar helend!
Tot slot een borrel bij de consul thuis, heel attent, gecatered door Cohen’s restaurant.  


Door Mirjam  Huffener (Stichting Sobibor)
De ochtendsessie: een eindeloos, door de rechter niet te stuiten, pleidooi van de verdediger. Na 20 minuten realiseer ik me dat ik de tijd hier prima anders kan besteden. Elk nadeel... Enfin, eindelijk even tijd om aanvullende subsidie-aanvragen te doen voor ‘Late Gevolgen van Sobibor’
Toch nog vrij snel is het zover dat de echte aanklacht wordt voorgelezen en de namen genoemd van de eerste 9 mede-aanklagers, waaronder mijn moeder. Een paar mensen kijken even om bij het noemen van de namen van mijn familie. Hun steun is goed maar niet nodig denk ik want ik wist toch dat dit ging gebeuren? Dan begint de voorzitter van de rechtbank de transportlijsten te noemen met datum, eerste naam op de lijst van hen die in dit transport zaten, het paginacijfer en op dezelfde manier de naam van de laatste persoon op de lijst gevolgd door de nummers op de lijst en bijbehorende namen van de mensen die hier vertegenwoordigd worden door hun familie. Hier was ik niet op voorbereid. Worden mijn grootouders en het zusje van mijn moeder nu weer gereduceerd tot nummers? Hij leest door, heel zacht, het wordt doodstil, de sfeer is die van herdenken. Van mij mag hij alle namen noemen ook van degenen die niet vertegenwoordigd worden omdat ze niemand hebben om hen te vertegenwoordigen.
Na een tijdje wordt het lezen onderbroken door Iwan Demjanjuk.
Tijdens de middagsessie wordt het voorlezen van de namen van de familie van de mede-aanklagers voortgezet. Dan beginnen de getuigenverklaringen. De eerste die naar voren wordt geroepen is Mary Richheimer-Leijden van Amstel. Zij beantwoordt rustig en op heldere toon de vragen die gesteld worden. Dat zijn er veel want allerlei termen als ‘opgehaald’ en ‘weggehaald’ en ‘weggebracht’ moeten uitgelegd worden. Op de vraag of ze wist dat haar ouders gestorven waren zegt ze in haar antwoord niet ‘mijn ouders zijn dan-en-dan gestorven’ maar ‘mijn ouders zijn vergast’. Het wordt weer steeds stiller in de zaal.
Daarna volgen nog vier indringende verklaringen. Dat de volgende dag niet doorgaat weten we dan nog niet maar eigenlijk is dat al geen drama meer. Het proces is begonnen. De 21e gaan we gewoon weer verder.

AfdrukkenAfdrukken  

Maandag 30 november 2009

 
Door: Mirjam Huffener (Stichtig Sobibor)
Het was niet de bedoeling dat ik hier zou zitten. In een rechtszaal in München met fantastisch uitzicht op de heer Demajnjuk. Om dat voor elkaar te krijgen had ik om een uur of 6 / half 7 in de rij moeten gaan staan om om 9 uur naar binnen te mogen. Dat heb ik niet gedaan en mijn broers zullen nu zeggen dat dit mazzel is voor de rest van de wachtenden; mijn ochtendhumeur schijnt niet leuk te zijn. Maar dat was niet de doorslaggevende reden om daar niet te gaan staan. Ik hoefde er niet zo nodig bij te zijn en zou met Jetje Manheim van Stichting Sobibor en Ella Oesterman van JMW op de gang of in de koffieruimte op de achtergrond vooral beschikbaar zijn om ‘onze’ Nebenklager en hun partners bij te staan met wat dan ook.
Vraag niet hoe het kan maar hier zit ik dan toch.

De verdediging heeft tijdens de ochtendsessie al weten te melden: dat het om een onbelangrijk schakeltje gaat (zoals verwacht); dat ergere misdadigers hun straf hebben weten te ontlopen (zoals verwacht) dat er ook Joden waren in kampen die gedwongen werden mee te draaien in de doodsmachinerie (zoals verwacht); dat de positie van de Trawniki in de kampen vergelijkbaar is met die van de ‘werk’joden zoals Nebenkläger Thomas Blatt en Philip Bialowitz die de opstand overleefden (een tikkeltje over de rand).

Vorige week werd mijn 88-jarige moeder geïnterviewd in (voormalig) Kamp Vught. Ze zat lang in de kille barak en stond een half uur in de regen. Weliswaar onder een paraplu, maar als haar interviewer een stapje opzij deed liep het water in haar nek. Zij vertelde daar waarom ze Nebenklager is en waarom ze niet naar het proces ging: “Ik was al een keer in Duitsland en dat is met niet zo goed bevallen”. Natuurlijk is haar gevraagd of ze het nog wel volhield maar ze is behoorlijk dapper en wat klagen betreft komt ze niet in de buurt van Demjanjuk. Vreselijk verkouden geworden natuurlijk. Omdat ik het ondenkbaar vond mee te gaan naar München om de Nebenkläger te begeleiden terwijl zij met een longontsteking thuis zat heb ik haar lieve huisarts gevraagd langs te komen. Hij kon ons gerustellen.

Ondertussen weet ik meer van de gezondheidstoestand van Demjanjuk dan van de hare. In de middagsessie zijn we alles te weten gekomen van z’n tenen via z’n gal maar z’n hoofd, inclusief de werking van zijn hersenen. Conclusie is dat moeder en heer D één ding gemeen hebben: ze zijn oud en lichamelijk niet zo heel fit meer. Dat geldt voor meer mensen in de zaal hier.
Daar zitten ze. Behalve de 18 uit Nederland nog eentje uit Amerika, iemand uit Israel, een Duitser en Thomas Blatt. En wat het echte verschil is tussen deze Joden en de Trawniki Demjanjuk?
Er is er niet een die ooit een keuzemogelijkheid heeft gehad om uit te stappen tijdens de genocide die Sjoa heet.

Door: Rob Fransman
Op nog een verslag van wat er zich vandaag in de rechtbank afspeelde zit niemand te wachten. Het is het nieuwsitem van de dag, alle media openden ermee dus ik neem maar aan dat u weet over de chaos van vandaag en het letterlijk zieke toneelspel van Demjanjuk. En als u het nu nog niet weet bent u waarschijnlijk ook niet geïnteresseerd. Ik kan me die moeite dus sparen. Gelukkig, want het was me het dagje wel en ik ben moe. Doodmoe. Toch maar even een schrijfsel want het helpt me om mijn eigen gedachten te ordenen.

Wat een gigantische chaos! Het is een fabeltje dat de Duitsers goede organisatoren zijn. Sommigen zijn dat en sommigen zijn dat niet. De justitie in München behoort tot de laatste categorie. De wanorde voor de persmensen en voor de familieleden die met ons mee naar de rechtzaal wilden was onbeschrijfelijk. Om binnen te komen stonden ze om 5:30 in de kou. De zaal ging om half tien open. De politie had voor de wachtenden een stuk trottoir afgeschermd. Daar stond een tactvol bordje bij: DEMJANJUK SAMMELZONE. Er werden ons strenge veiligheidsmaatregelen in het vooruitzicht gesteld. Geen mobieltjes mee, geen flessen drinkwater en een persoonlijke controle op metalen voorwerpen die strenger zou zijn dan bij een vlucht naar de USA. Om de pers te ontlopen was voor ons Nebenkläger een bus geregeld voor de 500 meter naar het gebouw. We werden afgezet bij een zelden gebruikte ingang. Zo ontliepen we de pers en kwamen ongehinderd binnen. Ongehinderd en ongecontroleerd. Wonderlijk genoeg werden de vrouwen in ons gezelschap wel gefouilleerd, de mannen liepen eenvoudig door. Niks controle, je kon in het hele gerechtgebouw gaan en staan waar je wilde. “Munchen blamiert sich!” kopte een grote avondkrant vanavond. Beter kon het niet gezegd worden.

Goed, tot onze opluchting ging het proces dus door, weliswaar vijf kwartier te laat maar een kniesoor die daar op let. Precies zoals we verwachtten werd D. scheef hangend in zijn rolstoel de rechtzaal binnengereden. Na de middagpauze kwam hij liggend. Mijn plaats in de zaal is pal achter D. op nog geen vier meter afstand. Ik moest me inhouden om geen propjes papier naar hem te schieten. Ik zou dat zo graag eens doen, je weet maar nooit. Misschien schrikt hij zo dat hij ineens opstaat. Overigens zijn wij ontzaggelijk blij dat drie artsen aantoonden dat D. gezond genoeg is om terecht te staan. Over de procesgang zelf kan ik niets schrijven. Gelukkig zijn daar specialisten voor. Eén ding wil ik wel kwijt. D’s advocaat had de gotspe om zijn cliënt op één lijn te stellen met de slachtoffers. Volgens rechtanwalt Dr. Ulrich Busch had D. alleen maar voor de Nazi’s gewerkt om zijn leven te redden net als de Joden dat deden om te overleven. Toen hij dat zei voelde ik me voor het eerst werkelijk geschokt en fysiek onpasselijk. En woedend, zo ontzettend woedend. Ik niet alleen, je voelde werkelijk dat de zaal huiverde. Onze advocaat reageerde adequaat met slechts één zinnetje: Demjanjuk moordde, de Joden werden vermoord.

Even nog een woordje over onze Nederlandse ambassadeur die de moeite nam om speciaal voor ons van Berlijn naar München te komen. Hij sprak uitvoerig met ons allemaal en het was goed merkbaar dat zich werkelijk bij ons betrokken voelde. Dat werd nog eens bevestigd toen hij ook bij ons gezamenlijk diner verscheen. Klasse!

Tot slot nog een primeurtje. Dit is een foto van de ziekenkamer waar Herr Demjanjuk (zoals hij consequent door iedereen in de rechtbank wordt genoemd) in de Stadelheimgevangenis verblijft. Maar liefst 24 vierkante meter staan Herr D. tot zijn beschikking. En natuurlijk alle denkbare medische apparatuur. Wat een ironie. In Nederlandse verzorgingshuizen delen zes bejaarden zo’n ruimte.

Morgen dag twee.

Door: Ella Oesterman (JMW)
Bericht uit München
Op dit moment zijn er heel veel berichten uit München, want wij worden hier geconfronteerd met 220 verschillende nieuwsstations, t.v.-zenders, schrijvende pers etc. Uiteraard komt elke club met een paar mensen en hele grote camera's. Dus stel je het even voor. Wat een circus!

Gisterenavond na aankomst een instructie bijeenkomst van de advocaten, waar het meest schokkend bericht was, dat we onze mobiele telefoons niet het gerechtsgebouw in zullen krijgen (klopt ook.)
Dus op de belangrijkste momenten was het een ware kunst elkaar toch te bereiken en de groep bijeen te houden....Gelukt trouwens.
De advocaten (zes heren) boezemen heel veel vertrouwen in en zijn heel zeker van hun zaak.

Na het eten heeft één van de familieleden met de groep kaddish gezegd voor alle familieleden voor wie "wij" nu in München zijn, zij die omgekomen zijn in Sobibor, en al die vele anderen die zijn vermoord.

Vanmorgen vroeg zijn vier familieleden van Nebenkläger om 6.15 uur naar de rechtbank gegaan en hebben een helse strijd geleverd om binnen te komen tussen die 220 journalisten en nog meer cameramensen.
Uiteindelijk hebben wij ze op het laatste moment uit die rij kunnen halen (een heel verhaal) en zijn ook zij binnengekomen.
Wij zijn per bus, via een zij ingang ook al heel vroeg het gerechtsgebouw ingegaan. Door een bewaker/koffiemevrouw met paarse trui zijn wij onmiddellijk geadopteerd. Het gebeurde in een split second.
De groep kreeg een lege rechtszaal toegewezen om zich voor te bereiden. Zij zorgde voor koffie.
Toen de Nebenkläger naar de rechtszaal mochten gaan, liepen wij mee. Dezelfde mevrouw met paarse trui vroeg of wij allemaal Nebenkläger waren - nee, dus, maar familie.
Toen nam ze ons kordaat mee naar de publieke tribune (waarvoor de veldslag buiten gaande was om hier een plek te bemachtigen) en aangezien die toen nog leeg was, zaten wij op de eerste rij.
Mevrouw paarse trui omzeilde gewoon de instructies van de voorzitter van de rechtbank !!!
Ze krijgt woensdag een mooi kado...

Tot het proces startte om 11.15 uur (5 kwartier te laat) mocht de pers in de rechtszaal, dus dat was hectisch. Interviews, camera’s, een spektakel.
Opluchting toen Demjanjuk eindelijk de rechtszaal in kwam - in een rolstoel met gesloten ogen, een pet op en een deken tot aan zijn kin. Hij heeft zo 1 1/2 uur gezeten en geen woord gezegd.
Na afloop toen zijn rolstoel het niet deed, en vier mannen onder zijn stoel lagen, ging hij opeens rechtop zitten en zich ermee bemoeien.
Zijn advocaat opende met een verhaal, waarom het oneigenlijk was om hem te berechten als de kleinste vis in het systeem, terwijl andere belangrijker mannen nog steeds vrij rondlopen.
De rechtbank ging er niet op in.
Schokkend was, dat hij de Trawniki (kampbewakers) over één kam schoor met de joden die moesten werken in het kamp: ze waren toch allemáál als slaaf ingezet.
'Onze' advocaat (die de leiding heeft van de zes advocaten) sloot dit kort met de opmerking: 'de Trawniki waren géén gevangenen, de joden wél; de Trawniki vermoordden mensen, de joden vermoordden niet!’

Na de lunch kwam Demjanjuk per brancard in de zaal onder een lichtblauwe ziekenhuisdeken. Kort na de start vroeg de president, waarom hij eigenlijk op die brancard lag.
Hij had hoofdpijn!
De voorzitter schorste de zitting om te bekijken of hij niet in zijn rolstoel kon zitten. Demjanjuk kwam toch weer terug per brancard, maar zonder de blauwe deken en liggend in een wat andere houding.
Hij zei weer niets, tot na de zitting en toen was hij druk gebarend aan het praten met zijn advocaat.
Sommige Nebenkläger en hun familie lachen - spottend - om de komedie, maar enkelen kunnen er slecht tegen. Het hoort bij het spel waarop de advocaten ons hebben voorbereid.
Drie professoren – medisch specialisten – zetten uitvoerig uiteen, dat de gezondheid van Demjanjuk goed is en er geen enkele belemmering is om het proces bij te wonen.

Later op de middag vindt een door ons georganiseerde persconferentie plaats in het Jüdisch Museum. Intussen praat de rest van de groep met de twee begeleidende maatschappelijk werkers na over de ervaringen van die ochtend en middag.
Daarna krijgt de groep weer instructies van de advocaten.
’s Avonds is er tijd voor ontspanning: eten in joods restaurant Cohen’s, waar ook de Nederlandse ambassadeur en de consul een glas wijn met ons drinken.
Iedereen is doodmoe. Vroeg naar bed dus.
Maar de Nebenkläger houden zich kranig. Zij ogen sterk en waardig. Het staat in schril contrast met de beklaagde.
AfdrukkenAfdrukken  

Zondag 29 november 2009

 
Door: Ellen van der Spiegel Cohen

Vanmiddag zijn we van Amsterdam naar München gevlogen. Ik heb erg tegen deze reis en alles wat er op volgt opgezien. Maar het is fantastisch om met deze groep samen te zijn. Ik heb de beschrijving van ieders geschiedenis gelezen (zie link portretten medeaanklagers).

Toen ik betrokken raakte bij het proces tegen Demjanjuk, zei iemand tegen me: “Moet je daar nu nog steeds zo mee bezig zijn. Laat het toch rusten. Je moet het een plaatsje geven”. “Ik zal jou eens een plaatsje geven” dacht ik wraakzuchtig. Maar ergens bleef toch die gedachte hangen. Ben ik niet te veel met het verleden bezig? Uit de verhalen van alle medeaanklagers komt naar voren dat ze nog iedere dag met de shoa bezig zijn. De motivatie om een rol te spelen bij dit proces is voor ons allemaal gelijk.

Ik heb de foto van mijn moeder en mij – de enige die ik bezit - meegenomen op deze reis. “We doen het voor jullie” zeg ik tegen de foto. Ze gaat door met glimlachen tegen de twee weken oude baby, die ze oneindig teder tegen zich aan houdt. Ze hebben mij maar vier maanden bij zich gehad.
Ik maak me zorgen dat onze aandacht voor onze ouders en familie die in Sobibor vermoord zijn, verloren zal gaan in de drukte van pers en advocaten, die ons opwachten in het hotel. Daarom ben ik blij met Max’ voorstel om na het eten met elkaar kaddiesj voor hen te zeggen. Bijna iedereen, gelovig of niet, doet daaraan mee.

Zo besluiten we deze eerste dag in München, vol spanning over wat er morgen, op de eerste dag van het proces, zal gebeuren. 


Door: Rob Fransman
Daar zitten we dan in onze hotelkamer in München. Dit is het eigenaardigste stedentripje dat we ooit hebben gemaakt. Ik schrijf we want mijn echtgenote Sellie was zo lief om met me mee te reizen. Het hotel is uitstekend, het personeel is aardig en het eten aan het gezamenlijke buffetdiner (koosjer style nog wel) zal straks ook wel lekker zijn. Aan het adres kan het hotel niets doen: het ligt aan de Dachauer Strasse. Hoe verzin je het. Tja, plaatsnamen – hoe besmet ook – zijn na de oorlog niet veranderd. En Dachau is een stad bij München, daar helpt geen moedertje lief aan. Het is mooi weer hier en de stad is al helemaal in de kerstsfeer. Voor ons hadden ze al die kerstversiering niet hoeven op te hangen.
Bij aankomst zat Jan Lewenhagen van de Dagens Nyheter op me te wachten. We hadden een geïnspireerd gesprek, Jan en ik. Maar toen de onvermijdelijke opmerking over Demjanjuk die toch eigenlijk maar een "kleine vis" was en de onrechtvaardigheid van een proces op zijn ouwe dag weer voorbij kwamen, had ik toch wat moeite met mijn ergernis te onderdrukken. Als ik het proces onrechtvaardig zou vinden had ik me niet als Nebenkläger aangemeld. Die verdomde kleine vis heeft persoonlijk duizenden mensen de gaskamer ingeranseld. Er was onder de moordenaars in Sobibor niet één kleine vis. Wat hadden al die journalisten die zo begaan zijn met het welzijn van deze oude man dan gewild? Dat de Duitse justitie hem geheel verzorgd in een vriendelijk bejaardenhuis op zijn dood hadden laten wachten? Kom nou. In het vliegtuig hier naartoe las ik het schitterende stuk van Max Pam in de Volkskrant van gisteren. Ook hij vindt de leeftijdsfactor onzin. Hij zegt dat het een vreemde manier van ouderendiscriminatie is. Als ouderen serieus moeten worden genomen als volwaardige leden van de maatschappij, moeten ze ook berecht kunnen worden. Het zal geen verrassing zijn dat ik het daar geheel mee eens ben.
Goed, even dit stukje posten, uurtje slapen en dan de persconferentie. 't Is me wat.
Vanavond schrijf ik nog een stukje voor de website van de Wereldomroep. Daar zal voor een gedeelte hetzelfde in staan wat ik hier ook schrijf maar ik wil toch wat dieper ingaan op de zieligheid van die oude Demjanjuk. Zielig? Vergeet het maar!
Morgen om tien uur begint dan eindelijk de strafzaak tegen Iwan Nicolai Demjanjuk. Het werd tijd.
 

AfdrukkenAfdrukken