Door: Ellen van der Spiegel Cohen
Vandaag, net als bijna iedereen van onze groep, de kans gekregen om mijn “getuigenis” af te leggen. Ik vertel hoe ik via het studentenverzet bij het echtpaar Van der Spiegel terechtkwam. Hoe er na de oorlog een strijd om mij werd gevoerd door mijn onderduikouders en de twee zusters van mijn moeder, die de oorlog overleefd hadden. Zij wilden mij ook in hun gezinnen opnemen. Ik vertelde ook hoe ik door een Kerst- /Chanoekacadeautje achter mijn eigen naam en het lot van mijn ouders ben gekomen.
Mijn onderduikverhaal
Ik ben als baby gered door een zekere Simon Luitse die mij bij een kinderloos echtpaar liet onderduiken. Mijn verhaal is in een boekje beschreven. Het boek gaat over Simon Luitse, een student die in het verzet zat, en zo Joodse kinderen liet onderduiken. Een van zijn medewerksters vertelt in het boek: "Het is niet bekend hoeveel kinderen Simon heeft weten te redden. Een van de kinderen is een zekere Elsje. Wie met dit kind op de proppen kwam, kan ik me niet meer herinneren. Op de dag dat de baby opgehaald moest worden, kreeg ik een telefoontje dat ik "de boodschap niet moest doen." Dat betekende dat er gevaar dreigde, en dat we de baby aan niemand moesten meegeven."
Ik vertel de rechter, dat als die waarschuwing niet op tijd was gekomen, ik nu niet in de rechtszaal mijn verhaal zou zitten te vertellen!
Het Chanoeka- / Kerst-cadeautje
Ik heet Ellen van der Spiegel, maar ik word Elly genoemd. Ik woon in Rotterdam. Ik ben zes jaar, het is winter. Overal ligt sneeuw en het is erg koud. Wij hebben een kerstboom en dat is heel bijzonder, want het is oorlog geweest. Ik sta voor het raam en kijk naar buiten. Het is een tijd van cadeautjes. Ik zie de postbode onze portiek binnengaan met een pakje in zijn handen. Hij komt de trappen op en ik ren naar de deur. Ik heb al opengedaan voordat hij aan kan bellen. "Woont hier Elsje Cohen?" vraagt hij. Ik ben ontzettend teleurgesteld, want ik heet Elly van der Spiegel. "Nee, die woont hier niet", zeg ik. Dan komt mama naar de deur. Hij vraagt het nog een keer. "Woont hier Elsje Cohen?"
"Ja", zegt ze, "geeft u het pakje maar". We gaan met het pakje bij de kerstboom zitten. "Hier", zegt ze, "het is voor jou, jij heet eigenlijk Elsje Cohen. Wij zijn niet jouw echte mama en papa. Die zijn door de Duitsers ver weg gestuurd en omdat jij nog zo klein was, waren ze bang dat jij onderweg zou sterven". Ze heeft tranen in haar ogen. Ik ben opeens niet meer blij met het cadeautje. Het cadeautje kwam van LeEzrath HaJeled, de Joodse vereniging voor Kinderbescherming.
De strijd om het joodse kind
Mijn onderduikouders waren Christelijk, en bij hen ben ik later gebleven. Twee zusters van mijn eigen moeder hebben de oorlog overleefd, en zij wilden mij ook graag in hun gezinnen opnemen. Zij gingen met mijn onderduikouders een strijd aan wie mij mocht opvoeden. De rechter besliste dat ik bij mijn onderduikouders zou blijven, maar dat ik wel voor een deel Joods opgevoed moest worden. Zo ging ik op zaterdag naar de Joodse les voor kinderen in de sjoel (synagoge). Ik herinner me dat de rabbijn zijn handen vouwde en zei "zo bidden de Christenen, en dat is fout." En ik dacht: laat hij alsjeblieft niet weten dat wij thuis zo bidden."
Op zondag moest ik naar de kerk voor kinderen, naar zondagsschool. Daar zei de dominee "De Joden hebben Jezus gekruisigd." Ik herinner me dat ik toen heel bang was en dacht:"laten ze alsjeblieft niet weten dat ik eigenlijk een Joods kind ben."Ik wist al heel jong wat er met Joden kon gebeuren. Zo werd ik een onzeker, angstig kind. Ik hoorde voor mijn gevoel nergens bij. Een kind tussen twee werelden. Ik deed erg mijn best om mij overal aan te passen, om lief en dankbaar te zijn, om in die onveilige wereld niet op te vallen. Er werd nooit over gepraat, over hoe ik het vond om naar Joodse les én naar zondagsschool te gaan. Ook niet over wat er gebeurd was in de oorlog, over de moord op 6 miljoen joden, over mijn familie. Zo leefde ik met een groot geheim. Over emoties werd in die jaren al helemaal niet gepraat. Ik verzeker de rechter, dat deze situatie bepaald niet gunstig is voor het ontwikkelen van je identiteit.
Ik heb erg opgezien tegen het vertellen van mijn verhaal.
Ik ben vooral bang dat ik zal gaan huilen, hoewel ik ook wel weet dat dat niet erg is.
Maar al pratend voel ik mij steeds bozer worden. Als ik vertel dat mijn ouders nog geen dertig jaar oud zijn geworden. Dat ik hun eerste kind was, dat ik maar één foto heb van mijn moeder en mij. Door die woede voel ik opeens kracht ontstaan. Een kracht, die wij, denk ik, allemaal ervaren, en die ons de moed geeft om mede-aanklager te zijn.
Door: Ella Oesterman (JMW)
Het is werkelijk een wonder dat er vandaag twaalf Nebenkläger in de rechtszaal zitten na de veldslag gisteren op Schiphol, waar vanwege de barre weersomstandigheden vele vluchten uitvielen en de meeste van ons strandden. De laatste arriveerden vanavond en hopelijk morgenochtend vroeg!
Gisterenavond, heel laat dus, was iedereen blij elkaar te zien.
Er werd weinig en slecht geslapen. Vroeg op, want we moeten om 8.15 uur in de rechtbank zijn voor een laatste instructie van de advocaten en om verzekerd te zijn van plaatsen op de publieke tribune. In een flinke sneeuwstorm lopen we erheen.
Heel veel minder pers binnen en buiten. Het proces start maar een kwartiertje te laat. Demjanjuk is er, zit in een rolstoel en kreunt vandaag niet. Vrijwel direct worden de Nebenkläger om de beurt opgeroepen. Sommigen hebben dat wat zij willen zeggen, voorbereid op papier en lezen voor. Anderen beantwoorden de vragen van President Alt. Er zit een vast patroon in de vragen.
Iedereen noemt de namen van de naaste familieleden voor wie hij of zij nu getuigenis aflegt; vertelt vervolgens – voor zover bekend - hoe de deportatie van die geliefden plaatsvond en wat er met hem of haar zelf tijdens de oorlog gebeurde. Tot slot blijkt steeds de belangrijke vraag, wanneer je voor de eerste keer hoorde, dat je ouders, broer of zuster waren vergast in Sobibor.
Het zijn relatief korte getuigenissen. Soms met weinig woorden, maar heel precies in data. Essentiële informatie over achtereenvolgend 10 onderduikadressen of de steeds wisselende onderduiknamen. Andere getuigen vertellen over een gebeurtenis of een laatste moment met de ouder. In de beschrijving van dat moment tot in de kleinste details worden ontroerende beelden in ons geheugen gegrift.
Het zijn jonge mannen van toen, die het verlies nog steeds niet zonder emotie kunnen vertellen. En het zijn ook de kleine jongetjes en meisjes, waarmee gezeuld werd in de oorlog en die de angst voelden, maar aan wie niets werd uitgelegd. Hun leven werd verder bepaald door instanties of pleegouders. Door afwezige ouders of soms door een ouder die wel overleefde, maar nooit meer oog kon hebben voor het kwetsbare kind. Weerloze kinderen. Soms lange tijd ver van de Joodse wereld.
Op de publieke tribune is er heel veel emotie. Vrouwen ondersteunen en troosten elkaar. De advocaat van de Demjanjuk tracht een getuige in de mond te leggen dat in Westerbork ook Joodse politie huishield. Het antwoord van de getuige is glashelder:
er was geen politie, maar slechts een Joodse ordedienst in Westerbork en het was geen concentratiekamp, maar een doorgangskamp.
Het einde van de ochtendzitting komt onverwacht tijdens de start van een getuigenis, omdat het te zwaar wordt voor de aangeklaagde. De getuige die dit overkomt is woedend en voelt zich nu ook beroerd.
Na de lunch wordt een heus bed in elkaar gezet en tijdens de middagzitting ligt Demjanjuk op bed. Er wordt nauwelijks aandacht aan hem besteed.
In de middag wordt de gestaakte getuigenis alsnog afgelegd en ook twee laatkomers (door een enorm vertraagde reis) leggen mooie getuigenissen af.
De zitting eindigt met het voorlezen van een verklaring van de rechtbank door president Alt op de bezwaren van de advocaat van de aangeklaagde, zoals o.a. onbevoegdheid en onontvankelijkheid van de rechtbank. De rechtbank verwerpt de bezwaren.
In het nagesprek met elkaar in het hotel komt de spanning los. Men is tevreden over de getuigenissen, maar het was heel emotioneel. Men is ook heel erg opgelucht, dat het nu achter de rug is. De partners zijn ongelooflijk trots op ‘hun’ moedige wederhelften, die vandaag echt iets hebben kunnen doen voor hun omgebrachte naasten.
De avond is verder vrij, maar de meesten schuiven aan aan een lange dinertafel in het hotel. Even lekker eten en dan naar bed. Iedereen bestelt een groot dessert en er wordt gesmuld.
Door: Ellen van der Spiegel Cohen
Vandaag, net als bijna iedereen van onze groep, de kans gekregen om mijn “getuigenis” af te leggen. Ik vertel hoe ik via het studentenverzet bij het echtpaar Van der Spiegel terechtkwam. Hoe er na de oorlog een strijd om mij werd gevoerd door mijn onderduikouders en de twee zusters van mijn moeder, die de oorlog overleefd hadden. Zij wilden mij ook in hun gezinnen opnemen. Ik vertelde ook hoe ik door een Kerst- /Chanoekacadeautje achter mijn eigen naam en het lot van mijn ouders ben gekomen.
Mijn onderduikverhaal
Ik ben als baby gered door een zekere Simon Luitse die mij bij een kinderloos echtpaar liet onderduiken. Mijn verhaal is in een boekje beschreven. Het boek gaat over Simon Luitse, een student die in het verzet zat, en zo Joodse kinderen liet onderduiken. Een van zijn medewerksters vertelt in het boek: "Het is niet bekend hoeveel kinderen Simon heeft weten te redden. Een van de kinderen is een zekere Elsje. Wie met dit kind op de proppen kwam, kan ik me niet meer herinneren. Op de dag dat de baby opgehaald moest worden, kreeg ik een telefoontje dat ik "de boodschap niet moest doen." Dat betekende dat er gevaar dreigde, en dat we de baby aan niemand moesten meegeven."
Ik vertel de rechter, dat als die waarschuwing niet op tijd was gekomen, ik nu niet in de rechtszaal mijn verhaal zou zitten te vertellen!
Het Chanoeka- / Kerst-cadeautje
Ik heet Ellen van der Spiegel, maar ik word Elly genoemd. Ik woon in Rotterdam. Ik ben zes jaar, het is winter. Overal ligt sneeuw en het is erg koud. Wij hebben een kerstboom en dat is heel bijzonder, want het is oorlog geweest. Ik sta voor het raam en kijk naar buiten. Het is een tijd van cadeautjes. Ik zie de postbode onze portiek binnengaan met een pakje in zijn handen. Hij komt de trappen op en ik ren naar de deur. Ik heb al opengedaan voordat hij aan kan bellen. "Woont hier Elsje Cohen?" vraagt hij. Ik ben ontzettend teleurgesteld, want ik heet Elly van der Spiegel. "Nee, die woont hier niet", zeg ik. Dan komt mama naar de deur. Hij vraagt het nog een keer. "Woont hier Elsje Cohen?"
"Ja", zegt ze, "geeft u het pakje maar". We gaan met het pakje bij de kerstboom zitten. "Hier", zegt ze, "het is voor jou, jij heet eigenlijk Elsje Cohen. Wij zijn niet jouw echte mama en papa. Die zijn door de Duitsers ver weg gestuurd en omdat jij nog zo klein was, waren ze bang dat jij onderweg zou sterven". Ze heeft tranen in haar ogen. Ik ben opeens niet meer blij met het cadeautje. Het cadeautje kwam van LeEzrath HaJeled, de Joodse vereniging voor Kinderbescherming.
De strijd om het joodse kind
Mijn onderduikouders waren Christelijk, en bij hen ben ik later gebleven. Twee zusters van mijn eigen moeder hebben de oorlog overleefd, en zij wilden mij ook graag in hun gezinnen opnemen. Zij gingen met mijn onderduikouders een strijd aan wie mij mocht opvoeden. De rechter besliste dat ik bij mijn onderduikouders zou blijven, maar dat ik wel voor een deel Joods opgevoed moest worden. Zo ging ik op zaterdag naar de Joodse les voor kinderen in de sjoel (synagoge). Ik herinner me dat de rabbijn zijn handen vouwde en zei "zo bidden de Christenen, en dat is fout." En ik dacht: laat hij alsjeblieft niet weten dat wij thuis zo bidden."
Op zondag moest ik naar de kerk voor kinderen, naar zondagsschool. Daar zei de dominee "De Joden hebben Jezus gekruisigd." Ik herinner me dat ik toen heel bang was en dacht:"laten ze alsjeblieft niet weten dat ik eigenlijk een Joods kind ben."Ik wist al heel jong wat er met Joden kon gebeuren. Zo werd ik een onzeker, angstig kind. Ik hoorde voor mijn gevoel nergens bij. Een kind tussen twee werelden. Ik deed erg mijn best om mij overal aan te passen, om lief en dankbaar te zijn, om in die onveilige wereld niet op te vallen. Er werd nooit over gepraat, over hoe ik het vond om naar Joodse les én naar zondagsschool te gaan. Ook niet over wat er gebeurd was in de oorlog, over de moord op 6 miljoen joden, over mijn familie. Zo leefde ik met een groot geheim. Over emoties werd in die jaren al helemaal niet gepraat. Ik verzeker de rechter, dat deze situatie bepaald niet gunstig is voor het ontwikkelen van je identiteit.
Ik heb erg opgezien tegen het vertellen van mijn verhaal.
Ik ben vooral bang dat ik zal gaan huilen, hoewel ik ook wel weet dat dat niet erg is.
Maar al pratend voel ik mij steeds bozer worden. Als ik vertel dat mijn ouders nog geen dertig jaar oud zijn geworden. Dat ik hun eerste kind was, dat ik maar één foto heb van mijn moeder en mij. Door die woede voel ik opeens kracht ontstaan. Een kracht, die wij, denk ik, allemaal ervaren, en die ons de moed geeft om mede-aanklager te zijn.
Door: Ella Oesterman (JMW)
Het is werkelijk een wonder dat er vandaag twaalf Nebenkläger in de rechtszaal zitten na de veldslag gisteren op Schiphol, waar vanwege de barre weersomstandigheden vele vluchten uitvielen en de meeste van ons strandden. De laatste arriveerden vanavond en hopelijk morgenochtend vroeg!
Gisterenavond, heel laat dus, was iedereen blij elkaar te zien.
Er werd weinig en slecht geslapen. Vroeg op, want we moeten om 8.15 uur in de rechtbank zijn voor een laatste instructie van de advocaten en om verzekerd te zijn van plaatsen op de publieke tribune. In een flinke sneeuwstorm lopen we erheen.
Heel veel minder pers binnen en buiten. Het proces start maar een kwartiertje te laat. Demjanjuk is er, zit in een rolstoel en kreunt vandaag niet. Vrijwel direct worden de Nebenkläger om de beurt opgeroepen. Sommigen hebben dat wat zij willen zeggen, voorbereid op papier en lezen voor. Anderen beantwoorden de vragen van President Alt. Er zit een vast patroon in de vragen.
Iedereen noemt de namen van de naaste familieleden voor wie hij of zij nu getuigenis aflegt; vertelt vervolgens – voor zover bekend - hoe de deportatie van die geliefden plaatsvond en wat er met hem of haar zelf tijdens de oorlog gebeurde. Tot slot blijkt steeds de belangrijke vraag, wanneer je voor de eerste keer hoorde, dat je ouders, broer of zuster waren vergast in Sobibor.
Het zijn relatief korte getuigenissen. Soms met weinig woorden, maar heel precies in data. Essentiële informatie over achtereenvolgend 10 onderduikadressen of de steeds wisselende onderduiknamen. Andere getuigen vertellen over een gebeurtenis of een laatste moment met de ouder. In de beschrijving van dat moment tot in de kleinste details worden ontroerende beelden in ons geheugen gegrift.
Het zijn jonge mannen van toen, die het verlies nog steeds niet zonder emotie kunnen vertellen. En het zijn ook de kleine jongetjes en meisjes, waarmee gezeuld werd in de oorlog en die de angst voelden, maar aan wie niets werd uitgelegd. Hun leven werd verder bepaald door instanties of pleegouders. Door afwezige ouders of soms door een ouder die wel overleefde, maar nooit meer oog kon hebben voor het kwetsbare kind. Weerloze kinderen. Soms lange tijd ver van de Joodse wereld.
Op de publieke tribune is er heel veel emotie. Vrouwen ondersteunen en troosten elkaar. De advocaat van de Demjanjuk tracht een getuige in de mond te leggen dat in Westerbork ook Joodse politie huishield. Het antwoord van de getuige is glashelder:
er was geen politie, maar slechts een Joodse ordedienst in Westerbork en het was geen concentratiekamp, maar een doorgangskamp.
Het einde van de ochtendzitting komt onverwacht tijdens de start van een getuigenis, omdat het te zwaar wordt voor de aangeklaagde. De getuige die dit overkomt is woedend en voelt zich nu ook beroerd.
Na de lunch wordt een heus bed in elkaar gezet en tijdens de middagzitting ligt Demjanjuk op bed. Er wordt nauwelijks aandacht aan hem besteed.
In de middag wordt de gestaakte getuigenis alsnog afgelegd en ook twee laatkomers (door een enorm vertraagde reis) leggen mooie getuigenissen af.
De zitting eindigt met het voorlezen van een verklaring van de rechtbank door president Alt op de bezwaren van de advocaat van de aangeklaagde, zoals o.a. onbevoegdheid en onontvankelijkheid van de rechtbank. De rechtbank verwerpt de bezwaren.
In het nagesprek met elkaar in het hotel komt de spanning los. Men is tevreden over de getuigenissen, maar het was heel emotioneel. Men is ook heel erg opgelucht, dat het nu achter de rug is. De partners zijn ongelooflijk trots op ‘hun’ moedige wederhelften, die vandaag echt iets hebben kunnen doen voor hun omgebrachte naasten.
De avond is verder vrij, maar de meesten schuiven aan aan een lange dinertafel in het hotel. Even lekker eten en dan naar bed. Iedereen bestelt een groot dessert en er wordt gesmuld.